Wilt u dierproeven uitvoeren? Dan heeft u een instellingsvergunning nodig van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Ook heeft u voor elk afzonderlijk project met dierproeven een projectvergunning nodig. Die vraagt u aan bij de Centrale Commissie Dierproeven (CCD). In uitzonderlijke gevallen is een spoedprocedure mogelijk. Bijvoorbeeld bij een epidemie.

Aanvraag projectvergunning dierproef bij CCD per post

Voor elk project met dierproeven is een aparte projectvergunning nodig. Aanvragen van een vergunning kan met het Aanvraagformulier projectvergunning van de CCD. Het ingevulde formulier dient u per post op te sturen omdat een originele ‘natte’ handtekening nodig is. U kunt een vergunning aanvragen voor maximaal 5 jaar.

Wilt u niet zelf een vergunning aanvragen? Dan kunt u ook iemand machtigen om een projectvergunning aan te vragen. Dit doet u met het formulier Melding machtiging.  Dit ingevulde formulier dient u eveneens per post op te sturen omdat hiervoor ook een originele ‘natte’ handtekening nodig is.

Verplichte bijlagen aanvraag dierproef

Bij uw aanvraag voor een projectvergunning horen 2 verplichte bijlagen:

  1. Bijlage beschrijving dierproeven: per type dierproef moet u een apart bijlage invullen en meesturen;
  2. Format niet-technische samenvatting (NTS): publiekssamenvatting van uw project met dierproeven.

Hoe u uw aanvraag en de 2 bijlagen moet invullen, beschrijft de Toelichting invullen formulieren aanvraag projectvergunning.

Bijlagen aanvraag projectvergunning digitaal aanleveren

Bij uw aanvraag voor een projectvergunning kunt u wel digitaal bijlagen aanleveren. Hiervoor heeft u inloggegevens nodig. Heeft u deze nog niet? Dan kunt u contact opnemen met de CCD.

Uitleg over het digitaal versturen van documenten staat in de Instructie NetFTP.

Helder formuleren aanvraag vergunning dierproef

Een aanvraag voor een projectvergunning voor dierproeven helder en navolgbaar opstellen. Daarbij helpt de Handreiking Invulling definitie project.

Spoedprocedure projectvergunning dierproef

In uitzonderlijke gevallen is een spoedprocedure mogelijk bij het aanvragen van een projectvergunning. In het geval van calamiteiten: zoals een epidemie of ramp. Of als een proef meer dan verwacht ongerief oplevert bij proefdieren en eerder stoppen van het onderzoek voor nog meer ongerief zorgt.

In een spoedprocedure beslist de CCD binnen 10 werkdagen over een aanvraag. Lees verder in het Besluit spoedprocedure.

Beoordeling achteraf

In de Wet op de dierproeven (Wod) is vastgelegd dat specifieke type projecten aan een beoordeling achteraf moeten worden onderworpen. Het gaat met name over projecten waarbij dieren ernstig ongerief ondergaan en/of niet-humane primaten worden gebruikt. Indien de CCD het noodzakelijk acht, kan zij ook andere type projecten aan een beoordeling achteraf onderwerpen.

Het doel van de beoordeling achteraf is om verantwoording af te leggen over de uitgevoerde dierproeven. De CCD vindt het daarnaast van belang dat de beoordeling een bijdrage levert aan het verbeteren van de beoordeling van aanvragen voor projectvergunningen door DECs en CCD en het verminderen en verfijnen van proefdieronderzoek.

De CCD heeft voor de beoordeling achteraf informatie nodig over het gebruikte aantal dieren, het ongerief dat de dieren hebben ondergaan, de opbrengsten van het project, de invulling van de 3V’s en de belangrijkste leerpunten. U dient het formulier Beoordeling achteraf te gebruiken om deze informatie aan te leveren aan de CCD. Om de maatschappij te informeren over de opbrengsten van deze dierproeven, dient u het formulier Aanvulling Niet technische samenvatting in te vullen. Hoe u het formulier voor de beoordeling achteraf en de aanvulling op de NTS moet invullen, wordt beschreven in de Toelichting.  Er is ook een Engelstalige versie van de toelichting bij het Engelstalige formulier  beschikbaar.

In uw vergunning staat vermeld of en binnen welke termijn u een beoordeling achteraf dient in te dienen. Indien uw project voortijdig beëindigd wordt, wordt u verzocht binnen 1 jaar na het beëindigen van het project de beoordeling achteraf in te dienen. Het proces voor de beoordeling achteraf is vergelijkbaar met het proces voor het indienen van nieuwe aanvragen: U kunt de formulieren, na afstemming met de Instantie voor Dierenwelzijn, via de beveiligde verbinding naar de CCD sturen. De CCD vraagt vervolgens advies op aan de Dierexperimentencommissie (DEC) die de CCD heeft geadviseerd over de aanvraag waarvoor de vergunning is afgegeven. De CCD streeft ernaar om u binnen 40 werkdagen een terugkoppeling te sturen over de beoordeling achteraf.

Aanvraag instellingsvergunning dierproeven bij NVWA

Om dierproeven te mogen doen is een instellingsvergunning nodig. Ook fokbedrijven voor proefdieren hebben een instellingsvergunning nodig. Een instellingsvergunning aanvragen kan bij de NVWA. Stuur daarvoor een e-mail naar: chd@nvwa.nl.

Ook moet elke fokker, leverancier en gebruiker van proefdieren een Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) [link naar pagina Instantie voor Dierenwelzijn (IvD)] instellen. Op de website van de NVWA staan de eisen aan instellingen voor dierproeven.