Dierexperimentencommissies (DEC's) beoordelen of het belang van een onderzoek opweegt tegen het ongerief van de dieren. Met het advies van een DEC bepaalt de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) of iemand een vergunning krijgt voor dierproeven. De CCD erkent DEC’s en houdt toezicht op hun functioneren.

Ethisch toetsen dierproef

Een hoofdtaak van de DEC is het ethisch toetsen van aanvragen voor dierproeven. Ze beoordeelt dan of het doel van de proef opweegt tegen het ongerief van de dieren. Is dat niet het geval? Dan geeft de commissie een negatief advies. Een DEC toets onder meer:

  • voorkomen van pijn of ongemak bij proefdieren: bijvoorbeeld door te verdoven;
  • aantal proefdieren: hoe minder, hoe beter;
  • alternatieven voor dierproeven: zoals kweekweefsel.

Op welke manier DEC’s moeten toetsen, beschrijft de Praktische handreiking ethisch toetsingskader gebruik proefdieren.

Verplicht format advies DEC

DEC’s moeten voor hun adviezen het DEC-adviesformat gebruiken. Wanneer de DEC adviseert over een project met Beoordeling achteraf, wordt het format DEC-advies Beoordeling achteraf gebruikt.

Beoordeling achteraf

Uit de Wod volgt dat de DEC die eerder heeft geadviseerd over de betrokken projectbeoordeling ook een advies af moet geven over de beoordeling van dat project die achteraf plaatsvindt.

Het proces voor de beoordeling achteraf is vergelijkbaar met het proces voor het indienen van nieuwe aanvragen. De aanvrager stuurt de formulieren via de beveiligde verbinding naar de CCD. De CCD vraagt vervolgens advies op aan de DEC die de CCD heeft geadviseerd over de aanvraag waarvoor de vergunning is afgegeven. De CCD streeft ernaar om de aanvrager binnen 40 werkdagen een terugkoppeling te sturen over de beoordeling achteraf.

Bij advisering over projecten met beoordeling achteraf gebruikt de DEC het Format DEC advies beoordeling achteraf.

Adviestraject tussen DEC en CCD

Hoe de DEC's de CCD adviseren, staat in het document Adviestraject DEC-CCD.

Eisen en samenstelling DEC

Iedere DEC bestaat uit minstens 7 leden. De helft plus 1 van de leden mogen niet in dienst zijn van de vergunninghouder. Bijvoorbeeld de universiteit die de dierproeven uitvoert. Dit geldt ook voor de voorzitter. Zo garandeert de commissie haar onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

De DEC bestaat onder meer uit deskundigen op het gebied van:

  • ontwerp van proeven (methodologie) en statistiek;
  • (proef)diergeneeskunde;
  • houden en verzorgen van proefdieren;
  • ethiek.

Lees meer over de eisen in de pubicatie Vereisten en referentiekader voor erkenning DEC's.

Toezicht CCD op DEC’s

De CCD ziet bij de DEC’s toe op:

  • samenstelling;
  • deskundigheid leden;
  • onafhankelijkheid bij toetsing van een projectvoorstel;
  • betrekken van advies over welzijn en de verzorging van de dieren.

Erkenning DEC aanvragen

Voldoet een DEC aan de voorwaarden van de Wet op de dierproeven (Wod)? Dan kan de CCD de commissie erkennen. Erkenning aanvragen kan met het Aanvraagformulier erkenning DEC’s van de CCD.