Hoge bloeddruk (hypertensie) komt veel voor en leidt tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, chronische nierschade en voortijdige sterfte (10 miljoen doden/jaar wereldwijd). Uiteindelijk overlijdt minstens 35% van de bevolking direct of indirect aan de gevolgen van hoge bloeddruk.  Een nog groter deel gaat lijden aan de met hypertensie gepaarde ouderdomsziekten, zoals hart-, vaat- en nierziekten, maar ook dementie en suikerziekte (diabetes). Dit tast de kwaliteit van leven van mensen langdurig aan, legt een zware druk op het zorgstelsel, leidt tot hoge zorgkosten en ook tot werkuitval door chronische ziekte. Zo is diabetes bijvoorbeeld de belangrijkste oorzaak van blindheid in de westerse wereld. Daarom is preventie, vroege herkenning en een betere behandeling nodig. Aanpak van levensstijl door bijvoorbeeld zoutbeperking draagt bij aan de preventie maar kan lang niet alle gevallen voorkomen. Een ideale manier om onderzoek te doen naar de behandeling van met diabetes gepaard gaande hypertensie is een rat met zowel hoge bloeddruk als diabetes. In zo’n model kan getest worden wat de gunstige effecten zijn van een bloeddrukverlagend middel op de orgaanschade bij diabetes, in met name nieren, ogen, hart en vaatwand, met andere woorden: het beantwoorden van de  vraag of zo’n middel meer doet dan alleen bloeddrukverlaging. Ten tweede kan natuurlijk ook bekeken worden of een diabetes middel dat primair de bloedsuikerspiegels (hyperglycemie) normaliseert wellicht ook gunstige cardiovasculaire effecten heeft, bijvoorbeeld de bloeddruk verlaagt.  De doelstelling van dit project is dan ook het testen van nieuwe middelen in een proefdier model voor hypertensie in combinatie met diabetes, de zgn. diabetische TGR(mREN2)27 rat. Dit kunnen zowel middelen zijn die primair op de bloeddruk aangrijpen als middelen die primair op de glycemie aangrijpen. Middelen zullen gegeven worden in een vroeg stadium (preventie aanpak, het voorkomen van orgaanschade) of in een laat stadium (regressie aanpak, i.e., als er bijvoorbeeld al oog- en nierschade is). Tevens zal de zoutinname gevarieerd worden, omdat dit de effectiviteit van deze middelen kan beïnvloeden. De bloeddruk zal gemeten worden door middel van telemetrie, hetgeen tot grote precisie leidt en het aantal benodigde dieren verlaagt. Een zeer uitgebreide evaluatie van de lichaamsvloeistoffen (bloed en urine) alsmede de belangrijkste target organen bij diabetes (nier, ogen, hart en bloedvaten)  door middel van biochemische en moleculaire analyses na afloop van de behandeling maakt mogelijk dat er bij een minimaal aantal dieren een maximaal resultaat bereikt wordt, i.e., inzicht in de effecten van de nieuwe middelen. Op basis hiervoor kunnen deze middelen vervolgens ook (beter) ingezet worden bij de patiënt met diabetes en hypertensie.

Er zal inzicht worden verkregen in het werkingsmechanisme van nieuwe middelen, zodat deze vervolgens voor de hypertensie patiënt met diabetes ingezet kunnen  gaan worden. Dit zal pas na de 5 jaar dit die project omhelst kunnen geschieden. Tevens wordt inzicht verkregen in het werkingsmechanisme van bestaande middelen, i.e., hoe induceert een antihypertensief middel orgaanprotectie of hoe bewerkstelligt een antidiabeticum cardiovasculaire protectie? Op basis hiervan kunnen deze middelen beter ingezet worden bij de juiste patiëntenpopulatie. Dit kan al binnen de termijn van 5 jaar. Een tweede mogelijkheid is dat een dergelijk verbeterd inzicht leidt tot het ontrafelen van nieuwe geneesmiddeltargets, waarvoor vervolgens weer nieuwe middelen ontwikkeld kunnen worden.

In dit onderzoek wordt gewerkt mer ratten.