Verenplukken, waarbij zelfstandig veren afgebeten of geplukt worden, komt voor bij zo’n 15% van de in gevangenschap gehouden papegaaien. Met name grijze roodstaart papegaaien en kaketoes zijn extra gevoelig (bij deze soorten kunnen percentages oplopen tot zo’n 40%). In veel gevallen wordt dit gedrag veroorzaakt door een suboptimale leefomgeving of een afwijkende hersenfunctie (vergelijkbaar met verslavingen of dwangmatige gedragingen). Dit project heeft tot doel om:
- risicofactoren van verenplukken beter in kaart te brengen. Deze risicofactoren kunnen zowel betrekking hebben op karaktereigenschappen van de vogel als op specifieke leef-/huisvestingsomstandigheden (bv. gebrek aan mogelijkheden om bepaalde gedragingen uit te voeren of blootstelling aan onaangename situaties). Uit eerder onderzoek is reeds gebleken dat risicofactoren kunnen verschillen al naar gelang de soort papegaai, maar ook kunnen samenhangen met bijvoorbeeld het karakter van de vogel. Door deze relaties beter in kaart te brengen wordt het mogelijk om adviezen te geven over hoe de leefomgeving optimaal kan worden vastgesteld op de behoeften van de individuele vogel.
- inzicht te verkrijgen in de veranderingen die in het lichaam (stresshormoon) en hersenen (signaalstofjes) optreden bij verenplukkende vogels om te leren begrijpen hoe dit gedrag zich ontwikkelt en hoe daar, met name bij dieren met volhardend gedrag die niet afdoende (meer) reageren op aanpassingen van de omgeving, ingegrepen kan worden.
- effectiviteit van methoden om verenplukken bij papegaaien te behandelen en voorkomen (bv aanpassingen van leefomgeving, gebruik van medicijnen) vast te stellen, zodat in de praktijk betere adviezen gegeven kunnen worden over welke methoden en aanpassingen het meest effectief zouden zijn (waarbij e.e.a. afgestemd wordt op het individuele dier, de zgn. ‘personalized therapy’).
De informatie die tijdens dit project verzameld wordt helpt dierenartsen, diergedragstherapeuten, overheid (denk aan beleidsadviezen), adviesinstanties (LICG), etc om eigenaren van beter onderbouwde adviezen te kunnen voorzien rondom het voorkomen en behandelen van verenplukken bij hun papegaai (inclusief de prognose op lange termijn). Bovendien draagt het project bij aan het verkrijgen van inzicht in de gedragsbehoeften van de papegaai, aan de hand waarvan gerichte adviezen gegeven kunnen gaan worden omtrent de manier waarop deze vogels het beste in gevangenschap gehouden worden (op individueel en soort niveau). Daarnaast zal het onderzoek meer inzicht geven in de effectiviteit van medicijnen die gebruikt worden om het afwijkende gedrag te beïnvloeden, wat met name in de behandeling van chronische gevallen die niet voldoende reageren op de omgevingsaanpassingen van belang zal zijn.
In dit onderzoek wordt gewerkt met papegaaien.