Sommige mensen krijgen jaren nadat ze een acute infectie met de Q-koorts bacterie (Coxiella burnetii) hebben opgelopen, chronische Q-koorts. De behandeling van chronische Q-koorts bestaat uit het langdurig gebruikt van antibiotica, tot wel vier jaar lang. Het afremmen van de groei van de bacterie is echter vaak problematisch en soms zijn er extra antibiotica nodig om te proberen de groei van de bacterie volledig tot stilstand te brengen. Naast de ongewenste bijwerking van het langdurig gebruik van antibiotica voor de patiënt, leidt de continue blootstelling van de darmflora aan de antibiotica tot de ontwikkeling en
verspreiding van antibioticum resistentie. Antibioticum resistentie, de toename in bacteriën die niet meer gevoelig zijn voor antibiotica, is een probleem dat ernstige proporties begint aan te nemen en niet onderschat mag worden. Meer effectieve en gerichte therapieën ter bestrijding van de Q-koorts bacterie zouden ook kunnen bijdragen aan een kortere behandeling van chronische Q-koorts.

Dit onderzoek vloeit voort uit de ontwikkeling van de huidige op antilichamen gebaseerde kanker medicijnen. Een aantal van de recent ontwikkelde kanker medicijnen heeft de eigenschap zowel specifiek als zeer efficiënt de tumor aan te vallen, met relatief weinig bijverschijnselen voor de patiënt. Deze nieuwe
medicijnen bestaan uit antilichamen gekoppeld aan toxische stoffen, die alleen in de tumor effectief zijn. Een vergelijkbare benadering, waarbij een antilichaam het antibioticum naar de geïnfecteerde cellen brengt is reeds gepatenteerd voor behandeling van infecties met de ziekenhuisbacterie MRSA.

Met dit onderzoek willen we antwoord krijgen op de volgende vraag: Kunnen we door gebruik te maken van de huidige kennis, waaronder ontwikkelingen in gerichte kanker therapieën, antibioticum koppelen aan antilichamen om het antibioticum te kunnen sturen naar de plaats waar het het meest effectief is. Als dat werkt kunnen we bijdragen aan een betere behandeling van acute en vooral chronische Q-koorts infecties bij mensen.

Door antibioticum te koppelen aan een antilichaam zou een ideale behandeling van Q-koorts ontwikkeld kunnen worden. De antibiotica komen dan namelijk alleen terecht daar waar het nodig is. Dit leidt tot minder bijwerkingen en minder antibiotica resistentie verspreiding. Het is meer effectief omdat antibioticum aan het antilichaam kan worden gekoppeld en zo gericht naar de geïnfecteerde cel kan
worden geleid. Deze eigenschappen kunnen mogelijk leiden tot  Een betere en kortere behandeling van chronische Q-koorts.

In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.