Bepaalde genetische defecten maken dat virussen zich niet meer kunnen vermeerderen maar andere virussen wel kunnen remmen. Ze worden “defectieve interfererende virusdeeltjes” genoemd. De hier beschreven studies zijn onderdeel van een wereldwijd onderzoek naar het ontwikkelen van defectieve interfererende virusdeeltjes als antiviraal middel tegen ernstige virus infecties. Ons project richt zich op de werkzaamheid van deze behandeling in een model voor canine distemper virus (CDV, de veroorzaker van hondenziekte) in fretten.

Het project is opgezet om aan te tonen dat de nieuwe behandeling virus vermenigvuldiging kan remmen, ziektesymptomen kan verzwakken en virus uitscheiding kan verminderen. Als dit voor CDV in fretten kan worden aangetoond, gaan onze internationale samenwerkingspartners vergelijkbare
studies uitvoeren met andere ernstige virusinfecties als Nipah en Ebola virus. Deze nieuwe strategie opent geheel nieuwe mogelijkheden om virussen te bestrijden. De behandeling is mogelijk snel te ontwikkelen bij dreiging van een uitbraak. Daarmee worden belangrijke stappen gezet voor een betere
bescherming van de volksgezondheid.

In dit onderzoek wordt gewerkt met fretten.