Het spenen van biggen is een erg ingrijpende gebeurtenis in het leven van het varken. Het gemis van de moeder en alle verandering in zijn omgeving maken het dier gevoelig voor ziektes, zoals diarree als gevolg van E. coli bacteriën. Dit is de reden dat nog steeds een groot deel van het antibiotica gebruik plaatsvindt in deze fase van de varkenshouderij. Dit project is gericht op het verbeteren van de gezondheid en weerstand van de biggen na het spenen door een betere voorziening aan aminozuren via het voer ter ondersteuning van de weerstand van de dieren na het spenen.
Dit voorstel leidt tot een beter begrip van de ontwikkeling van de darm en de voedingsbehoefte van jonge biggen en helpt hiermee de overlevingskans en de ontwikkeling van biggen na het spenen te verbeteren. Daarnaast leidt het tot meer kennis op het gebied van zuigelingenvoeding omdat er veel overeenkomst is tussen jonge biggen en zuigelingen. Daarnaast leidt dit onderzoek ook tot de validatie van onderzoeksmodellen die in laboratoria gebruikt kunnen worden en die kunnen dienen als alternatief voor dierproeven. Voor de biggen levert dit onderzoek uiteindelijke een betere gezondheid op en minder biggensterfte. Daarnaast zal er doordat de biggen gezonder zijn minder antibioticagebruik nodig zijn wat ertoe leidt dat meer antibiotica beschikbaar blijven voor zowel de diergeneeskunde als de humane
geneeskunde.
In dit onderzoek wordt gewerkt met biggen.