Infecties met de parasitaire worm Schistosoma zijn een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Vooral in Afrika, Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika zijn miljoenen mensen met deze wormen geïnfecteerd. Ook Europese reizigers kunnen de infectie oplopen en in een klein aantal gebieden in Europa (onder meer op Corsica) komen Schistosoma wormen voor. Na infectie vestigen de wormen zich in de bloedvaten rond darm en blaas. Daar planten zij zich voort en hun eieren dringen door de bloedvaten heen waarna ze via ontlasting of urine worden uitgescheiden. De wormeieren richten grote schade aan, vooral als ze blijven vastzitten in blaas of darmwand. Behandeling is mogelijk, maar daarvoor moet eerst worden vastgesteld of iemand werkelijk geïnfecteerd is. De huidige testen zijn vaak niet gevoelig en infecties worden gemist. Anderzijds blijven de testen positief ook al is een goede behandeling gegeven. We willen daarom een test ontwikkelen die de aanwezigheid van specifieke worm antigenen, bepaalde stoffen die levende wormen produceren, kan aantonen; bij voorkeur in urine, want dit is relatief makkelijk te verkrijgen. Hiervoor moeten we zogenoemde antilichamen produceren die de worm antigenen herkennen. Deze antilichamen worden geproduceerd door proefdieren te besmetten met de worm antigenen. Na verloop van tijd herkent het immuunsysteem van het proefdier de antigenen en gaat dan antilichamen produceren. Deze antilichamen halen we uit het bloed van de proefdieren. Ook is het mogelijk de milt uit muizen te halen en te gebruiken voor de productie van specifieke antilichamen. Uiteindelijk worden de antilichamen gebruikt om nieuwe test te ontwikkelen die de Schistosoma worm infecties aantoont.
Het project leidt ertoe dat de diagnostiek van Schistosoma infecties drastisch wordt verbeterd. Een tweede opbrengst is dat met de nieuwe test het effect van programma’s om de ziekte uit te roeien, kan worden vastgesteld. Is de infecties werkelijk ook verdwenen.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen en konijnen.