Het doel is het testen van nieuwe oligonucleotide teststoffen om een geneesmiddel te vinden voor taaislijmziekte (Cystische fibrose, CF). CF is een ongeneeslijke, erfelijke aandoening waarbij het (in de darm en longen) slijm taai is. Het slijm functioneert slecht, met als gevolg dat organen zoals de longen, alvleesklier en lever slechter functioneren. De onderliggende oorzaak ligt in 70% van de gevallen aan een kapot CFTR gen. Het CFTR-gen zorgt voor de productie van het CFTR-eiwit (de 'cystic fibrosis transmembrane conductance regulator'). Wanneer dit CFTR-eiwit niet goed wordt aangemaakt, wordt het zout-watertransport verstoord, waardoor taai slijm ontstaat. Het doel van dit project is om van 20 nieuwe oligonucleotide teststoffen te bepalen of ze het defect in het CFTR-gen kunnen ‘repareren’ in een hiervoor geschikt muizen. De eerste stap bestaat aan het bestuderen of de stoffen na toediening in het bloed en doelwitorganen (longen, darmen en speekselklieren) te meten zijn. De tweede en derde stap bestaan uit het bepalen van het effect van de teststoffen op de functie van het CFTR eiwit in klinisch relevante testen zoals de neus potentiaal meting en speekselsecretie.
Middels dit project wordt getracht om een geneesmiddel op basis van oligonucleotiden te maken dat getest kan worden in patiënten, hiermee kunnen uiteindelijk 70% van de 70000 patiënten wereldwijd geholpen zijn. Wetenschappelijk is het van belang te meten hoe de oligonucleotiden zich gedragen in een organisme en wat het werkingsmechanisme is.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.