Bij onderzoek naar besmettelijke ziekten (‘infectieproeven’) worden vaak vleeskuikens gehuisvest in isolatoren. Isolatoren zijn kooien waarin de dieren compleet gescheiden worden van de omgeving zodat er geen ziekteverwekkers in of uit kunnen. Vaak hebben deze isolatoren een beperkte oppervlakte, roostervloeren en geen of nauwelijks kooiverrijking (zoals zitstokken of strooisel). Men vreest namelijk dat dit de proef zou kunnen verstoren, en daarnaast wordt vaak aangenomen dat vleeskuikens nauwelijks gebruik maken van kooiverrijking. Maar als het ontbreken van kooiverrijking
stress geeft bij de vleeskuikens heeft dit mogelijk een negatieve invloed op het afweersysteem en kan het de uitkomsten van het onderzoek beïnvloeden. Stress is dus niet alleen onwenselijk vanuit dierwelzijnsoogpunt, maar kan ook de infectieproef verstoren. Daarom willen we onderzoeken in hoeverre kooiverrijking (zoals strooisel, zitstokken, plateau’s, pikstenen, etc.) toepasbaar is in isolatoren. Dit doen we door te testen of de kooiverrijking door vleeskuikens wordt gebruikt, of het natuurlijke gedrag van het kuiken verbetert en of het leidt tot verbeterd welzijn. Hiervoor worden gedrags- waarnemingen en gedragstesten gedaan en worden stresshormonen en afweercellen gemeten en kijken we naar de hersenontwikkeling. Ook zal de kooiverrijking in infectieproeven worden toegepast. Dit doen we om te testen of de kooiverrijking de besmettelijkheid van de ziekteverwekker in de groep kuikens beïnvloedt. Met de resultaten uit dit onderzoek kunnen de huisvestingsomstandigheden van vleeskuikens in isolatoren zo worden geoptimaliseerd dat zowel het dierwelzijn verbetert als de betrouwbaarheid van de uitkomsten van infectieproeven.
Het project levert handvatten waarmee de leefomstandigheden van vleeskuikens in infectieproeven zoveel mogelijk kunnen worden aangepast aan de behoeften van het dier. Dit heeft een groot maatschappelijk belang omdat hiermee het dierwelzijn van proefdieren wordt verbeterd. De aan- en/of afwezigheid van bepaalde typen kooiverrijking zou infectieproeven kunnen verstoren, waardoor verkeerde conclusies getrokken kunnen worden. Dit is vanuit wetenschappelijk oogpunt uiteraard zeer onwenselijk, maar ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Het zal namelijk een adequate bestrijding van besmettelijke ziekten in vleeskuikens in de weg staan en dit heeft grote gevolgen voor de agrarische sector en volksgezondheid. Wanneer duidelijk is welke kooiverrijking optimaal is voor zowel het dier als de proef kan dit worden toegepast op grote schaal door onderzoekers over de hele wereld.
In dit onderzoek wordt gewerkt met vleeskuikens.