Visserij gaat gepaard met (ongewenste) bijvangsten van vissoorten waar de visserij niet op gericht is. Ook zijn er ongewenste bijvangsten van de soort waar de visserij zich wel op richt (doelsoorten), maar die kleiner zijn dan de wettelijke minimummaat voor het aan de wal brengen van deze vis.
Ongewenste bijvangsten worden door vissers teruggezet in het water. Dit noemen we discarden. Het is grotendeels onbekend welk deel van de ongewenste bijvangst het proces van discarden overleeft en welk deel sterft. Het is wel duidelijk is dat dit van een zeer groot aantal factoren afhankelijk
kan zijn; bijvoorbeeld het type vistuig dat gebruikt wordt, het seizoen waarin gevist wordt, de water temperatuur, hoeveel vis er in het net zit en op wat voor type zeebodem gevist wordt. Het project heeft als algemeen doel om een bijdrage te leveren aan het goed beheren van de visbestanden, zodat deze gezond blijven en duurzaam kunnen worden geoogst. Dit algemene doel wordt bereikt door een aantal specifieke doelen:
1. het vergaren van kennis van de overleving van ongewenste bijvangst
(discards) voor diverse vissoorten en in verschillende
visserijmethodes;
2. het leveren van kennis over de factoren die van invloed zijn op de
overleving van discards;
3. het gebruiken van die kennis om maatregelen te kunnen nemen die
de overleving van discards bevorderen; en
4. het voorkomen van discards door vermindering van de hoeveelheid
bijvangst.
Dit project levert (1) kennis over de overleving van discards en mogelijkheden om deze overleving te verbeteren en (2) kennis over het verminderen van de vangst van discards (selectiviteitsonderzoek). Deze kennis draagt bij aan het verantwoord beheren van visbestanden, wat zowel van maatschappelijk als wetenschappelijk belang is. In een aantal visserijen wordt vanaf 2016 gefaseerd de Europese aanlandplicht ingevoerd: bepaalde ongewenste bijvangsten mogen dan niet
meer worden teruggezet maar moeten worden meegenomen naar de wal. De aanlandplicht is onderdeel van het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Visserijbeleid. Het naar de wal brengen (aanlanden) van deze vis leidt tot 100% sterfte. Deze vis kan dus niet meer bijdragen aan de ontwikkeling van de vispopulatie in zee. Als wetenschappelijk aangetoond kan worden dat deze
ongewenste bijvangst een grote kans heeft te overleven, zijn uitzonderingen op de Europese aanlandplicht mogelijk. De visserijsector wil de resultaten van dit project gebruiken om in aanmerking te komen voor zo’n uitzondering. Uitzonderingen op de aanlandplicht, inclusief het nemen van maatregelen die een hogere overleving van discards tot gevolg hebben, en vermindering van ongewenste bijvangsten dragen bij aan een kleiner effect van visserijen op visbestanden en daarmee aan de groei van het visbestand.
In dit onderzoek wordt gewerkt met Schol, Tong, Schar, Tarbot, Griet, Rog, Wijting, Zeebaars en Kabeljauw.