Bij een normaal hartritme wordt het hart regelmatig geactiveerd. Bij atrium fibrilleren (AF) is de activatie van de boezems snel en onregelmatig. De belangrijkste symptomen zijn hartkloppingen, en verminderd uithoudingsvermogen. Nog belangrijker zijn de complicaties ten gevolge van stolsels, zoals beroertes, die niet alleen de levensverwachting van patiënten verminderen maar ook vaak leiden tot een blijvende fysieke handicap. Bij AF wordt de ritmestoornis met de tijd steeds hardnekkiger. In de vroege fase van het ziekteproces is het vaak nog met medicijnen te stoppen. Geleidelijk vinden echter ook veranderingen in de structuur van het atriumweefsel plaats.Dit proces zorgt ervoor dat AF niet meer met de huidige medicijnen gestopt kan worden.Daarnaast kunnen de huidige medicijnen levensgevaarlijke kamerritmestoornissen opwekken. Dit project richt zich op de ontwikkeling van medicijnen die eiwitmoleculen beïnvloeden die zorgen voor de electrische activatie in enkel de boezems en daardoor geen gevaarlijk ritme stoornissen in de kamer kunnen opwekken.
In dit onderzoek wordt gewerkt met geiten.