Pontocerebellaire hypoplasie (PCH) is een ziekte waarbij de kleine hersenen (het cerebellum) ernstig achterblijven in de ontwikkeling. De ziekte staat in Nederland ook bekend als de “Volendamse ziekte”. Dit komt doordat de aandoening relatief vaak voorkomt in Volendam. Door de schade aan de kleine hersenen, die het uitvoeren van bewegingen controleren, hebben patiënten met PCH grote problemen met de aansturing van hun spieren. Vaak kunnen ze weinig of geen bewuste bewegingen uitvoeren en niet goed slikken. Ook hebben patiënten vaak ernstige verstandelijke beperkingen. De kleine hersenen zijn dus kleiner dan gemiddeld en krimpen steeds meer doordat er voortdurend zenuwcellen worden afgebroken. Op den duur worden ook andere hersendelen aangetast. De meeste patiënten sterven als kind. De genetische oorzaken van PCH zijn bekend. De ontdekking van de mutaties die PCH veroorzaken, maakt het mogelijk om voor de bevruchting diagnostiek te doen en “erfelijkheidsadvies” te geven aan ouderparen. In plaatsen waarin PCH veel voorkomt, zoals Volendam, daalt hierdoor het aantal kinderen dat met deze vreselijke ziekte wordt geboren. Een belangrijke vraag is waarom deze mutaties, in algemene processen die in elk weefsel belangrijk zijn, resulteren in afbraak van het brein van pasgeboren kinderen en geen problemen veroorzaken in ander weefsel. Deze vraag is ook belangrijk in een breder verband omdat het duidelijk is dat dit soort gendefecten vaak ook kenmerken zijn van andere ziekten aan het zenuwstelsel waarbij zenuwcellen afsterven (neurodegeneratieve ziekten) die op latere leeftijd een rol spelen, zoals de ziekte van Alzheimer en ALS. Hoe de mutaties precies tot afbraak van de zenuwcellen leiden is echter onduidelijk. Dat is het onderwerp van dit project in zebravissen. Dezelfde mutaties die in de mens PCH veroorzaken, worden in vissen aangebracht. Daarna wordt gevolgd hoe de kleine hersenen achteruitgaan na de geboorte en welke processen daarbij een rol spelen.
In dit onderzoek word gewerkt met zebravissen.