Biggen worden rond een leeftijd van 4 weken gespeend. De veranderde voeding en leefomgeving tijdens het speenproces veroorzaakt stress in deze relatief jonge biggen. Stress, maar ook voeding gerelateerde veranderingen in de darm veroorzaken een verhoogde kans op ziekten. Een van de belangrijkste ziekten in deze periode is de zogenoemde speendiarree. Infectie met specifieke E. coli bacteriën, ook ETEC genoemd, is een belangrijke oorzaak van speendiarree. Deze ETECs kunnen een waterige diarree veroorzaken. Als gevolg van diarree kunnen de dieren veel vocht verliezen, hetgeen leidt tot ernstige uitdroging en sterfte. In de varkenshouderij wordt veelal antibiotica gebruikt om de ziekte te behandelen of te voorkomen. Echter, er wordt ook gestreefd naar een vermindering van antibioticagebruik en alternatieve maatregelen om speendiarree te voorkomen worden op varkensbedrijven toegepast. Deze huidige maatregelen zijn vaak gebaseerd op verbeterde hygiëne, en aangepaste voeder strategieën, zoals toedienen van voedingsadditieven, die de bacteriën in de darm, de zogenoemde, darmflora beïnvloeden. Echter, de werkzaamheid van deze maatregelen is zeer wisselend en maakt meer onderzoek naar voorkomende maatregelen nodig. Om de werkzaamheid van nieuwe maatregelen en concepten op het voorkomen van infectie en ziekte te kunnen testen wordt in dit project gebruik gemaakt van een speendiarreemodel, een infectiemodel in gespeende biggen. Hierbij worden biggen blootgesteld aan een infectie met ETEC bacteriën. Het effect van de behandeling wordt tot 3 weken na infectie onderzocht. Potentiele producten, die in dit model worden getest, zijn eerst in het laboratorium getest op werkzaamheid of zijn geselecteerd op grond van positieve effecten op de darmflora van biggen, die aanwijzingen geven, dat werkzaamheid waarschijnlijk is. Indien alleen effecten op infectie en ziekte worden onderzocht, worden de dieren in groepen gehuisvest, indien dagelijkse groei en voerconversie moeten worden onderzocht worden de dieren individueel gehuisvest, om de voeropname en gewichtsontwikkeling te kunnen meten. Bij producten die maagzuurgevoelig zijn worden deze in maagzuurresistente capsules toegediend. In de literatuur is beperkte informatie over de meest geschikte capsules. Daarom zal in een kleine studie maagpassage van de capsule (via de mond, maag naar de darmen) worden getest. In een eerste studie zal een nieuw product worden getest, wat gebruik maakt van antibacteriële stoffen, die normaliter door het varken of door bacteriën zelf worden aangemaakt. Deze stoffen kunnen vaak door moderne biotechnologische processen in dusdanige hoeveelheden worden gemaakt, dat ze ook aan diervoeders kunnen worden toegevoegd. Het effect van dergelijke stoffen ter voorkommen van specifieke infecties zoals speendiarree moet worden aangetoond. Andere preventieconcepten richten zich op nieuwe voederconcepten en toevoegingen aan het voer. In het geval van voeder-gerelateerde preventiestrategieën dient vaak niet alleen het preventieve aspect te worden onderzocht, maar ook de effecten op groei en productie van de dieren.
Met deze speendiarreemodellen willen wij in de projectperiode tot 6 verschillende preventieve producten/maatregelen testen, om adviezen en onderbouwing te geven voor de verdere ontwikkeling van nieuwe producten en de weg naar praktische toepassing te versnellen.

Dit project draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwe en betere producten om speendiarree te voorkomen en het gebruik van antibiotica in speenleeftijd te verminderen.

In dit onderzoek wordt gewerkt met biggen.