Mensen worden dagelijks gelijktijdig blootgesteld aan duizenden chemische stoffen, bijvoorbeeld door verontreiniging of als toevoegingen in voedsel. De regelgeving t.b.v. toelating van chemische stoffen op de markt is geheel afgestemd op iedere stof afzonderlijk en bedoeld om schadelijke gezondheidseffecten van een stof te voorkomen. Het is echter bekend dat bij gelijktijdige blootstelling aan verschillende stoffen de optelsom toch tot schadelijkheid kan leiden, terwijl dat voor de afzonderlijke stoffen niet zo is. Er bestaat echter nog geen goede methode om de schadelijkheid van gecombineerde stoffen vast te stellen. De Europese Voedselveiligheidautoriteit EFSA heeft hiervoor recent een strategie voorgesteld, gebaseerd op modelberekeningen. In het Europees samenwerkingsproject EuroMix, wordt nu experimenteel getoetst of de modelbenadering die EFSA voorstelt, de praktijksituatie juist weergeeft.

In dit project wordt de geslachtelijke ontwikkeling van zebravissen bestudeerd na blootstelling aan hormoon-verstorende stoffen die apart en in combinatie worden toegediend. Het geslacht van zebravissen wordt bepaald door een juiste hormoonbalans. Deze kan door bepaalde stoffen worden verstoord. De effecten op het geslacht bij de vis kunnen worden vergeleken met hormoonverstoring in de mens, zoals het niet indalen van de testikels. Als de experimenten in dit project uitwijzen dat de door EFSA voorgestelde modelbenadering juist is, betekent dit een grote stap op weg naar betere regelgeving van stoffen. Dit geldt voor zowel bestaande blootstellingscombinaties als voor het toelaten van nieuwe stoffen.

In dit onderzoek wordt gewerkt met zebravissen.