De wereldbevolking zal groeien naar 9 miljard mensen. Als gevolg daarvan zal de vraag naar voedsel bijna verdubbelen. De vraag naar melk, vlees en eieren zal toenemen, en daarmee eveneens de druk op grondstoffen voor dierlijke productie.

Om een efficiënte productie van vlees te verzekeren hebben varkens en vleeskuikens behoefte aan verschillende voedingstoffen, zoals energie, eiwit, vet en mineralen voor onderhoud en groei. Voedingsstoffen die niet door het dier benut worden, worden uitgescheiden in de mest en de urine en betekenen een belasting voor het milieu. Om een gebalanceerd voer te kunnen verstrekken is het van belang de verteerbaarheid van grondstoffen te kennen. Deze verteerbaarheid is verschillend voor vleeskuikens en varkens.

De Nederlandse mengvoerindustrie gebruikt reeds een groot scala aan grondstoffen zoals mais en tarwe maar ook bijproducten uit de humane voedingsindustrie voor de bereiding van diervoeders. Voor de verwerking van deze grondstoffen is een goede inschatting van de energiewaarde, verteerbare aminozuren en mineralen noodzakelijk. Bovendien kan de verteerbaarheid veranderen door het toepassen van additieven of het productieproces in de fabriek. Grondstoffen zelf zijn eveneens veranderlijk in de tijd door klimaatverandering, gewasverbetering en andere factoren

De voederwaardes worden gemeten in verteringsproeven met varkens of vleeskuikens waar mest en/of darminhoud van dieren wordt verzameld. Verse mestmonsters worden zoveel mogelijk verzameld van de grond of indien nodig genomen door rectale stimulatie, terwijl euthanasie noodzakelijk is om monsters uit de dunne darm te nemen. Ook bloed- en weefselmonsters worden verzameld om de benutting van het voer te kunnen bepalen.

Deze resultaten dragen bij aan een verbeterde benutting van grondstoffen en daardoor verbeterde duurzaamheid, verbetering in diergezondheid en vermindering van mineraal en stikstof verliezen naar het milieu.

In dit project wordt gewerkt met vleeskuikens en varkens.