Het doel van dit onderzoek is te bepalen hoe vaak het Porcine Circo Virus type 2 voorkomt bij pasgeboren biggen op varkensbedrijven. Van recent geïnfecteerde bedrijven weten we dat er grote aantallen biggen geboren worden die besmet zijn met het virus. Dit valt vaak samen met periodes met meer biggen die in slechte conditie raken of varkens met nier- en huidontsteking. Op bedrijven waar het virus langere tijd aanwezig is, is de ziektelast vaak veel lager. We vermoeden dat dit samenhangt met een verminderd aantal geïnfecteerde biggen dat geboren wordt. We vermoden dat als zeugen vrijelijk onderling contact hebben het virus dusdanig circuleert dat de zeugen immuun zijn en het virus minder snel overdragen naar de big in de baarmoeder.

Vaccinatie wordt veel gebruikt bij biggen van 3 weken in de normale houderij en is ogenschijnelijk heel effectief ter voorkoming van ziekteverschijnselen. Maar als ons vermoden wordt bevestigd, kan dat aanleiding zijn ook naar andere preventieve maatregelen te kijken. Onnodige vaccinatie is belastend voor de biggen en kost geld. Ten einde de dynamiek van PVC2 bij biggen beter te begrijpen is deze studie noodzakelijk, om beter interventie-maatregelen te kunnen ontwerpen en toepassen. Uiteindelijk moet dit leiden tot een beter dierwelzijn en een betere diergezeondheid.

Op vier varkensbedrijven nemen we bloed af bij pasgeboren biggen en bij hun moeders. Ook onderzoeken we of de zeugen blootgesteld waren aan het virus tijdens de zwangerschap. Op die manier willen we in kaart brengen hoe vaak het virus vorkomt bij pasgeboren biggen op boerderijen zodat we inzicht krijgen in het verloop van de infectie en de noodzaak tot vaccinatie van pasgeboren biggen.