De spierziekte facioscapulohumerale dystrofie (FSHD) wordt, in ongeveer 95% van de gevallen, veroorzaakt door het ontbreken van een stukje DNA op het uiteinde van chromosoom 4 (FSHD type 1). Als gevolg hiervan is het eiwit DUX4 aanwezig in spiercellen. De aanwezigheid van dit eiwit leidt tot een onomkeerbare schade aan de spieren en uiteindelijk tot spierverlies. In ongeveer 5% van FSHD patiënten ontbreekt er geen stukje DNA op het uiteinde van chromosoom 4. Bij deze patiënten is een afwijking gevonden in het eiwit SMCHD1 of in het eiwit DNMT3B (FSHD type 2). Ook deze afwijking leidt tot de aanwezigheid van het eiwit DUX4 in spiercellen. Op dit moment is er geen behandeling die de spierschade en het spierverlies in FSHD patiënten voorkomt, stopt, of afremt. Het doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een therapie tegen FSHD. In het huidige FSHD muismodel is het eiwit DUX4 slechts in een zeer lage hoeveelheid aanwezig in de spiercellen. Als gevolg hiervan kan er geen spierschade of spierverlies worden gevonden in deze muizen. Voor verder onderzoek is een FSHD muismodel nodig waarin voldoende DUX4 aanwezig is in de spiercellen waardoor spierschade of spierverlies zichtbaar wordt. Daarom worden er verschillende nieuwe muismodellen getest, voor zowel patiënten met FSHD type 1 als patiënten met FSHD type 2. De muismodellen met voldoende DUX4 eiwit in de spiercellen en spierschade of spierverlies worden vervolgens gebruikt om meer onderzoek te doen naar de gevolgen van de aanwezigheid van het eiwit DUX4 in spiercellen. Ook worden verschillende therapieën getest, die de aanwezigheid van het DUX4 eiwit in spiercellen proberen te onderdrukken of zelfs te voorkomen.

FSHD is een spierziekte waarvoor geen behandeling bestaat. FSHD is één van de meest voorkomende erfelijke spierziekten in Nederland; 1 op de 8500 mensen lijdt aan FSHD. Bij de meeste FSHD patiënten ontstaan de eerste klachten rond het 20ste levensjaar. De ziekte wordt steeds ernstiger en ongeveer 20% van patiënten wordt uiteindelijk afhankelijk van een rolstoel. Vanwege de chronische aard van de ziekte, is de kwaliteit van leven van FSHD patiënten zeer verminderd. Bovendien heeft de ziekte ook een grote invloed op familieleden en vrienden. FSHD kent een dominante overerving; dit betekent dat elke patiënt elke keer weer een risico van 50% loopt om de ziekte door te geven aan zijn of haar kind. Daarnaast is bij 10-30% van de patiënten de ziekte spontaan ontstaan door een nieuwe fout in het DNA. Verwacht wordt dat dit onderzoek nieuwe wetenschappelijk kennis oplevert over de gevolgen van de aanwezigheid van het eiwit DUX4 in spiercellen. Deze informatie is belangrijk voor het ontwikkelen van een therapie voor FSHD.

In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.