Overgewicht (obesitas) en suikerziekte (Type 2 diabetes) vormen een steeds groter medisch en sociaal-economisch probleem. Overmatige voedselinname en een tekort aan lichaamsbeweging, kenmerkend voor de Westerse samenleving, spelen hierin een grote rol. Obesitas en diabetes, samen met hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker (darm-, prostaat en borstkanker)
zijn onderdeel van het "metabool syndroom", en worden allen gekenmerkt door een onbalans in de vet- en suikerstofwisseling. Bij type 2 diabetes spelen enerzijds insuline resistentie en anderzijds verminderde insuline afgifte een rol. Insuline resistentie kan lang door het lichaam worden gecompenseerd door het verhogen van de insuline productie, maar wanneer dit niet meer voldoende is, leidt dit tot diabetes.

Gedurende een kritische periode in het leven worden stofwisselingseigenschappen bepaald, die de rest van het leven een belangrijke rol spelen. Dit fenomeen heet ‘programmeren’ en omvat gebeurtenissen in het vroege leven, die van invloed zijn op (stofwisselings-) eigenschappen in het latere leven. Het is een interessant aangrijpingspunt voor het verbeteren van lange-termijn
gezondheid op populatieniveau. Verworven kennis uit ons lab toont aan dat minimale aanpassingen aan de voeding in het vroege leven een groot effect kunnen hebben op de kans op de ontwikkeling van overgewicht en diabetes op latere leeftijd. Antwoord op de vraag “hoe werkt het?” zal ons kunnen helpen om in de toekomst (jonge) kinderen (en volwassenen) de beste kans op een
gezond leven te bieden. Wij beogen in dit project het programmerend effect van voeding (vroeg in het leven) op de vet- en suikerstofwisseling later-in-het-leven te verklaren.

De dierproeven beschreven in dit werkprogramma hebben als doel het mechanisme van programmeren te bestuderen en te ontrafelen. Hierbij maken we onder andere gebruik van muismodellen waarbij specifieke eiwitten betrokken bij het vettransport of -metabolism uitgeschakeld (knockout) of juist geactiveerd (farmacologische activatie) zijn. Daarnaast maken we gebruik van ratmodellen. Met dit onderzoek willen we op moleculair niveau inzicht verkrijgen in de processen die betrokken zijn bij programmeren. Inzicht in deze processen kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe (medische-) voedingen, geneesmiddelen en/of strategieën voor de behandeling dan wel voorkomen van obesitas en type 2 diabetes.