Dit project betreft het uitvoeren van proeven ten behoeve van het bepalen van de effectiviteit van verschillende producten die de beschikbaarheid van fosfor in pluimveevoer verbeteren (fytase-enzymen). Pluimvee beschikt zelf niet over het specifiek enzym fytase om fosfor in granen, zaden en peulvruchten vrij te kunnen maken. Om te zorgen dat pluimvee fosfor toch vrij kan maken wordt fytase aan het voer toegevoegd. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de fosforbehoefte van de kip, en daarnaast zorgt het ervoor dat fosfor niet onbenut in het milieu terecht komt. Fytase is hiermee het
belangrijkste enzym in pluimveevoeding.

Er is een verscheidenheid aan fytases op de markt met een grote variabele effectiviteit. Daarnaast komen er ook nieuwe fytases op de markt waarvan de effectiviteit moet worden vastgesteld. De effectiviteit van fytase hangt af van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld door de optimale zuurtegraad waarbij het fytase werkzaam is in het maagdarmkanaal van de kip. Sommige fytases die voldoen aan de criteria zijn effectiever dan andere en dit wordt weerspiegeld in de zogenaamde matrix-waarden; oftewel, hoeveel fosfor vrijgemaakt kan worden bij toevoegen van een bepaalde hoeveelheid van een bepaalde fytase. De resultaten worden door voerfabrikanten gebruikt bij het optimaliseren van de voeders voor pluimvee.

Het project levert gegevens op over de effectiviteit van nieuwe en bestaande fytaseproducten voor pluimvee die gebruikt kunnen worden door voerfabrikanten. Daarnaast verbeteren de fytaseproducten de fosforabsorptie, en zullen hiermee bijdragen aan een efficiënter fosforgebruik en het terugdringen van fosforverliezen in de landbouw.

In dit project wordt gebruik gemaakt van vleeskippen, leghennen en kalkoenen.