In dit project wordt gekeken of een voedingssupplement bijdraagt aan het gezond blijven van zeugen die melk geven aan hun biggen. Omdat zeugen tegenwoordig steeds meer biggen krijgen, moeten zij ook steeds meer melk maken. Hier is heel veel energie voor nodig, die de zeug uit haar voer moet halen. In praktijk lukt dit vaak niet. Daardoor moeten zeugen hun vetreserves aanspreken om voldoende energie vrij te maken voor de melkproductie. Dat heeft gevolgen voor de gezondheid van de zeug, en indirect ook van de big.
Wanneer de zeug haar vetreserves gebruikt om haar biggent te kunnen voeden, ontstaan er afvalproducten van de vetverbranding. Deze afvalstoffen komen in de lever terecht. Dit kan zorgen voor leververvetting en andere leverkwalen die slecht zijn voor de gezondheid.
Bij koeien treedt hetzelfde probleem op. Onderzoek heeft laten zien, dat koeien beter om kunnen gaan met hun energie als zij voer krijgen met antioxidanten. Hierdoor is verbranding van de vetreserves niet of veel minder nodig en krijgen de koeien minder leverkwalen. Daarnaast is aangetoond dat zeugen in de periode dat vetverbranding optreedt, extra carnitine aanmaken in de lever. In deze studie wordt gekeken of toevoeging van antioxidanten en carnitine aan het voer, varkens helpt om beter om te gaan met de grote energiebehoefte tijdens de zoogperiode.
In dit project wordt gekeken of een voedingssupplement zeugen kan helpen tijdens de zoogperiode. Als dit product, net als bij koeien, een positief effect heeft op het voorkomen van leverkwalen, levert dit product een grote bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van zeugen in de varkenshouderij.
Voor dit onderzoel wordt gebruik gemaakt van zeugen en biggen.