Bij hartfalen is het hart niet meer in staat om het lichaam op een adequate manier van bloed te voorzien. Het gevolg is dat de organen niet meer genoeg zuurstof en voedingsstoffen krijgen. Dit heeft ernstige klachten tot gevolg en kan een groot effect hebben op de kwaliteit van leven. Patiënten met hartfalen hebben nog steeds een slechte prognose, waarbij 50% van alle patiënten binnen vijf jaar na diagnose overlijden

Dit is zelfs slechter dan de meeste vormen van kanker. Hartfalen is een syndroom met hoge prevalentie, tussen de 20% en 30% van de Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met hartfalen. Waarom de ene persoon wel hartfalen ontwikkelt en de ander niet, ondanks dezelfde risicofactoren, is niet duidelijk. Genetische factoren spelen hierbij klaarblijkelijk een belangrijke rol.

Wij willen daarom genen onderzoeken die een mogelijke rol spelen bij het ontwikkelen van hartfalen. Dit betreft ook genetische mutaties (polymorfismen) die bij hartfalen patiënten zijn ontdekt. Het onderzoeken van de onderliggende moleculaire mechanismen en het testen van een mogelijke therapie zijn belangrijke onderzoeksdoeleinden. Door de structurele en functionele complexiteit van het hart en omdat hemodynamische, (neuro)hormonale effecten en ontstekingsreacties een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van hartfalen is het gebruik van proefdieren (ratten en muizen) voor deze studies niet te vermijden. Gezien de ernst van de ziekte en het aantal mensen dat hieraan lijdt, vinden wij het gebruik van proefdieren voor deze studies verantwoord.