Wereldwijd zijn steeds meer bacteriën die mensen ziek kunnen maken ongevoelig voor antibiotica. Deze ongevoelige (resistente) bacteriën komen vooral voor in omgevingen waar veel antibiotica worden gebruikt, zoals verpleeghuizen en ziekenhuizen, maar ook in de veehouderij.
Wanneer resistente bacteriën uit de veehouderij bijvoorbeeld via het vlees de mens besmetten, kan dit ervoor zorgen dat mensen niet meer goed behandeld kunnen worden met antibiotica als ze ziek worden. Het huidige beleid van het ministerie van Economische Zaken zorgt ervoor dat er veel minder antibiotica worden gebruikt in de veehouderij; dit gebruik is de laatste jaren al gehalveerd. Dit heeft ertoe geleid dat er ook minder resistente bacteriën in de poep van dieren aanwezig zijn, wat de belangrijkste bron is voor besmetting van de mens, maar het probleem is nog lang niet opgelost.
Om te begrijpen wat er in de poep gebeurt, wordt in dit onderzoek gekeken naar de resistente bacteriën in varkens voor, tijdens en na een behandeling met antibiotica. Ook wordt er gekeken of er door de behandeling met antibiotica nieuwe resistente bacteriën ontstaan. Dit onderzoek is noodzakelijk om te kunnen begrijpen wat er nodig is in de veehouderij om de aantallen resistente bacteriën verder omlaag te krijgen. We hopen dat het verminderen van resistente bacteriën in de veehouderij zal leiden tot (1) minder ziekenhuisinfecties met deze bacteriën,(2) een gezonder dier in de veehouderij, en (3) en een verbetering van het imago van de veehouderij in Nederland.
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van varkens.