De overleving van kinderen met kanker is de laatste decennia enorm verbeterd, dit door zwaardere behandelmethodes. Het nadeel van deze zwaardere chemotherapie is dat er vaker bijwerkingen zijn. Een van de belangrijkste bijwerkingen van chemotherapie is een ontsteking van de darmwand, genaamd mucositis. Mucositis zorgt voor diarree en buikpijn. Als de diarree te ernstig wordt, kan de geplande behandeling met chemotherapie niet meer uitgevoerd worden. Dit beïnvloedt de kans op overleving. Bovendien verlaagt mucositis de kwaliteit van leven van het kind met kanker dramatisch.
In dit project willen we proberen mucositis te voorkomen of sneller te genezen. Dit doen we door ons te richten op verschillende mogelijke therapieën. We willen de invloed van de darmbacteriën op de mucositis onderzoeken en kijken of deze gebruikt kunnen worden voor een therapie. Tevens gaan we onderzoek doen naar farmaca die ervoor kunnen zorgen dat het darmepitheel kan overleven en/of de ontsteking in de darm minder wordt. Als laatste wordt onderzocht of met toevoegingen aan de voeding de ernst van mucositis kan worden verminderd en het herstel verbeterd.
In dit project willen we nieuwe therapieën vinden die het ziekteproces kunnen verminderen van mucositis die ontstaat door chemotherapie. Uit eerder onderzoek bleek dat meer dan de helft van de kinderen die chemotherapie kregen mucositis ontwikkelde. Daarbij gaven patiënten aan dat ze de symptomen die ontstaan door mucositis ervaren als de ergste bijwerking van chemotherapie. Doordat mucositis ook de overleving kan beïnvloeden door noodzakelijke veranderingen in het behandelschema, zou een therapie die mucositis kan voorkomen of het herstel kan versnellen een enorme verlichting zijn voor de patiënten. De uitkomsten uit dit project kunnen gebruikt worden om nieuwe therapieën bij mensen te ontwikkelen.
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van ratten en muizen,