Hartritmestoornissen vormen een belangrijke oorzaak van ziekte en overlijden bij mensen. We kunnen dat behandelen met medicatie of door hartweefsel doelgericht te beschadigen met stroomschokken. De huidige technieken werken vaak niet goed op de langere termijn, doordat ze weefsel niet genoeg beschadigen. Bovendien is er een kans op complicaties.

In de afgelopen 5 jaar heeft onze onderzoeksgroep een nieuwe methode ontwikkeld, waarmee we wel goede en diepe weefselbeschadiging kunnen maken, maar zo goed als geen complicaties optreden. Dit is een belangrijke stap voorwaarts in de behandeling van hartritmestoornissen.

Momenteel bevindt het onderzoek zich in een fase waarin de therapie bijna op mensen kan worden toegepast. Hiervoor moeten we nog enkele onderzoeken uitvoeren, ook om de veiligheid te onderzoeken.

Uit dit onderzoek zullen resultaten voortvloeien waar patiënten op korte termijn van kunnen profiteren. Het onderzoek naar de nieuwe methode voor de behandeling van hartritmestoornissen is in een vergevorderd stadium op weg naar de introductie in de kliniek. Voordat we deze methode kunnen gebruiken voor de behandeling van patiënten moeten we nog een paar dingen testen: de bruikbaarheid en veiligheid van de nieuwe instrumenten, de precieze effecten van de therapie op het weefsel, en eventuele problemen die zich tijdens dit onderzoek voordoen. De methode die we hier onderzoeken zorgt voor een aanmerkelijk kleinere kans op terugkeer van de hartritmestoornis. Hierdoor hoeven patiënten waarschijnlijk niet meerdere malen terug te komen voor een ingreep.

In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van varkens.