Het varken heeft voor onderhoud en groei verschillende voedingsstoffen nodig, zoals energie, eiwit, vet en mineralen. De balans tussen deze voedingsstoffen opgenomen door het varken uit het voer en de behoeften van voedingsstoffen bepaalt de voerbenutting. Voedingsstoffen die niet gebruikt kunnen worden, worden door het dier uitgescheiden in mest en urine. Een goede balans tussen de nutriënten in het voer is daarom van belang om de uitstoot van o.a. stikstof en fosfor in het milieu te beperken. Om voeders samen te stellen die in balans zijn, is het daarom van belang om de verteerbaarheid van grondstoffen te kennen. De vertering van grondstoffen is verschillend voor biggen, vleesvarkens en zeugen, omdat het maagdarmkanaal van jonge dieren nog niet volledig ontwikkeld is. Daarom wordt verteringsonderzoek uitgevoerd bij biggen, vleesvarkens en zeugen.
De vertering kan worden gemeten in de mest en in de dunne darm. Afhankelijk van welke verteringscijfers nodig zijn, moeten mestmonsters of monsters uit de dunne darm worden genomen. De mestmonsters worden zoveel mogelijk van de grond genomen, voor de monsters uit de dunne darm worden de dieren aan het einde van de proef geëuthanaseerd. Ook kunnen bloed- of urinemonsters worden verzameld om de benutting van het voer te bepalen.
Grondstoffen voor varkensvoeders veranderen in de tijd door verbetering van gewassen, klimaatverandering en andere factoren. De verteerbaarheden van de voedingsstoffen ver anderen daardoor ook. Daarom blijft het van belang om regelmatig verteringsonderzoek uit te voeren. Daarnaast worden nieuwe producten aangeboden (o.a. co-producten van biobrandstoffen en nieuwe eiwitbronnen, zoals insectenmeel) waarvan de vertering onbekend is, of worden supplementen ontwikkeld (o.a. enzymen) die de vertering bevorderen.
Verteringscijfers waarmee mengvoerbedrijven voeders kunnen samenstellen voor biggen, vleesvarkens en zeugen die voldoen aan wat een varken nodig heeft en die het milieu niet onnodig belasten.