Hoge bloeddruk (hypertensie) komt veel voor en leidt tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, chronische nierschade en voortijdige sterfte (10 miljoen doden/jaar wereldwijd). Uiteindelijk overlijdt minstens 35% van de bevolking direct of indirect aan de gevolgen van hoge bloeddruk. Een nog groter deel gaat lijden aan de met hypertensie gepaarde ouderdomsziekten, zoals hart-, vaat- en nierziekten, maar ook dementie en suikerziekte (diabetes). Dit tast de kwaliteit van leven van mensen langdurig aan, legt een zware druk op het zorgstelsel, leidt tot hoge zorgkosten en ook tot werkuitval door chronische ziekte. Daarom is een optimale behandeling van hypertensie nodig. Hypertensie kan ook optreden als bijwerking van geneesmiddelengebruik. Recent is duidelijk geworden dat dit met name geldt voor een nieuwe klasse van antikankermiddelen. Aangezien de patiënten die deze middelen krijgen nu veel langer overleven,moet ook rekening gehouden worden met de langetermijn gevolgen van de verhoogde bloeddruk door deze middelen,en liefst gezocht worden naar manieren om dit te voorkomen. Dit project heeft 2 doelen. Allereerst onderzoekt het nieuwe bloeddrukverlagende middelen (antihypertensiva) in een bekend proefdiermodel voor hypertensie, de spontaan hypertensieve rat (SHR): hoe werken ze, en zijn ze even goed of beter dan de bestaande middelen? Dit model is het bekendste model waarin dergelijke middelen getest worden, en laat toe dat ook de lange-termijn gevolgen van hoge bloeddruk op organen, zoals hart en nier, onderzocht kunnen worden. Als controle fungeert de normotensieve WKY rat.Ten tweede onderzoekt het project met welke bloeddrukverlagende middelen de hypertensie die optreedt tijdens het gebruik van anti-kankermiddelen het beste behandeld kan worden. De anti-kanker middelen worden daartoe aan normotensieve WKY ratten gegeven, en door hun bloeddrukverhoging en orgaandysfunctie zorgvuldig
in kaart te brengen kan een rationele voorspelling gedaan worden ten aanzien van de keuze van een antihypertensief middel. Gezien de nieuwheid van deze anti-kankermiddelen en de totale onverwachtheid van het optreden van hypertensie als bijwerking, is het zeer wel mogelijk dat
hiervoor een niet reeds bestaand antihypertensivum, maar juist één van de nieuwe middelen die we getest hebben in SHR nodig is. De keuze van de te testen middelen in SHR zal dan ook door de bevindingen in WKY behandeld met anti-kankermiddelen bepaald worden.
Het project zal inzicht geven in de werking van nieuwe antihypertensiva, en dankzij een vergelijking met bestaande middelen, kan vervolgens geconstateerd worden of deze middelen de moeite waard zijn om de vervolgstap naar de mens te maken. Tevens brengt het project in kaart hoe de hypertensie bij de toepassing van anti-kankermiddelen het beste behandeld kan worden. Indien dit met bestaande middelen kan, zou dit direct naar de mens vertaald worden. Indien het nieuwe middelen betreft zal dit
waarschijnlijk pas na de 5 jaar van het project mogelijk zijn.
In dit onderzoek wordt gewerkt met ratten.