Dit project focust op de stofwisselingen processen die nodig zijn voor het ontwikkelen van gezonde orgaanfunctie in het vroege leven en een rol spelen bij het voorkomen van ziekten in het latere leven. De vroege levensfase speelt een belangrijke rol voor gezondheid in het latere leven omdat sommige biologisch processen al heel vroeg worden ontwikkeld, met name processen die een rol spelen bij stofwisseling en ontsteking . De nadruk ligt hierbij op de interactie tussen darmen, lever en brein. Als men al vroeg in het leven deze processen kan beïnvloeden of programmeren kan het risico op het ontwikkelen van ziekten in het latere leven worden verkleind. Er is echter nog weinig bekend over de optimale programmering in het vroege leven en de onderliggende biologische mechanismen. Er zijn wel aanwijzingen dat bepaalde voedingsstoffen (zoals vetzuren) of medicijnen (zoals antibiotica) al effect kunnen hebben op het lichaamsgewicht in het vroege leven en het risico op obesitas en daaraan gekoppelde stofwisselingsziekten (hart- en vaatziekte, vetlever, diabetes en cognitie- en gedragsstoornissen) aanzienlijk verhogen. Daarom is het van belang om te begrijpen welke factoren processen al vroeg in het leven cruciaal zijn, en hoe men deze zodanig kan beïnvloeden (programmeren) dmv voedings- of leefstijl-interventies om een gunstig lange termijn effect te behalen. Het maatschappelijk belang hiervan is evident: al in de jonge levensjaren wordt voorkomen dat kinderen op grond van bijvoorbeeld overgewicht buiten worden gesloten en het risico op later metabole ziekten wordt verkleind.
Er is een grote behoefte aan nieuwe (betaalbare) therapieën die de ontwikkeling van metabole ziekten kunnen voorkomen of verminderen. De opbrengsten van dit project zijn a) kennis en b) interventies om het de stofwisseling () in het vroege leven optimaal in te stellen zodat het risico op toekomstige ziekte daalt. De verwachte opbrengsten zijn:
- Kennis over mechanismen die op vroege leeftijd een rol spelen bij het instellen van de stofwisseling (dwz. grootte van opslagcapaciteit in vetweefsel, snelheid van voedselverwerking door darm en lever, etc.).
- Kennis over (epi)genetische factoren die bepalend zijn/ bijdragen aan het ontwikkelen van metabole ziekten op latere leeftijd.
- Inzicht in mogelijke (relatief goedkope) therapeutische interventies dmv voeding/ levensstijl op vroege leeftijd die effect hebben in het latere leven.
- Vroege meetbare eenheden (biomarkers of andere indicatoren van de medische staat van een patiënt) die de ontwikkeling van lichaamsgewicht en cognitieve functies voorspellen.
De socio-economische impact van zulke vroege-levensfase interventies kunnen erg veel opleveren omdat overgewicht, obesitas en de daaraan gerelateerde ziekten steeds vaker voorkomen, zowel bij kinderen als bij volwassenen (~30% van de Nederlandse bevolking heeft overgewicht; ~22% heeft een vetlever; ~1 mio Nederlanders is diabeet). Het gebruik van voeding en levensstijl interventies is relatief goedkoop tov gangbare therapieën in het latere leven (ziekenhuisopnames, medicijnen, operaties).
De dierstudies die wij uitvoeren, zullen een belangrijke bijdrage leveren aan het beter begrijpen van de mechanismen voor gezonde orgaan functie in het vroege leven en eerste voedings-interventies opleveren. De resultaten van het onderzoek zijn te gebruiken om op maat gemaakte adviezen te geven over welke voedingsmiddelen en medicijnen positieve danwel negatieve effecten hebben op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jonge mens.
Dit doen we door de werking van nieuwe therapieën te testen in transgene diermodellen die veel overeenkomsten vertonen met de stofwisseling van de mens (vergelijkbare ziekteontwikkeling en moleculairbiologische processen). De therapieën die tot goede resultaten in de modellen leiden komen in aanmerking voor verdere ontwikkeling en toepassing in de mens.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.