Onder invloed van verschillen in genen en omgeving varieert de hoeveelheid slaap tussen individuen. Extreem veel of weinig slapen heeft een negatieve invloed op gezondheid en levensverwachting. Afhankelijk van de daglengte waarin ze opgroeien ontstaat er, opmerkelijk genoeg, bij genetisch identieke muizen toch een verschil in de verdeling van rust en activiteit. De daglengte in de jeugd van de muis bepaalt de timing van slaap-waak gedrag op volwassen leeftijd. In deze muizen gaan wij onderzoek doen naar klokgenen en klokzenuwcellen, en slaap om te kijken of het licht, en dan met name daglengte, dus het seizoen, kort na de geboorte kan worden geoptimaliseerd voor een normale gezonde slaapduur op volwassen leeftijd.
Wij verwachten meer inzicht te krijgen in de invloed van daglengte bij de geboorte/op jonge leeftijd op slaapduur op volwassen leeftijd. Er zijn een aantal epidemiologische aanwijzingen dat die invloed er daadwerkelijk is en er is proefdieronderzoek dat laat zien dat de centrale klok inderdaad beïnvloed kan worden door daglengte op jonge leeftijd, maar het mechanisme is niet duidelijk omschreven. Met behulp van de gegevens over genexpressie van klokgenen en de werking van de klok in de hersenen komen we hier meer over te weten. Met de opgedane kennis moet het mogelijk zijn om bij mensen in te grijpen en het licht op jonge leeftijd te verbeteren zodat op volwassen leeftijd een normale slaapduur kan worden gerealiseerd. Dit is belangrijk aangezien, zoals hierboven ook al beschreven, extreem korte of lange slaapduur negatieve effecten heeft op de gezondheid en de levensverwachting.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.