Glioblastoma Multiforme (GBM) is de meest voorkomende hersentumor bij volwassenen met ongeveer 600 patiënten per jaar in Nederland. De gemiddelde overleving na diagnose is slechts 15 maanden. Nieuwe GBM patiënten worden behandeld met een combinatie van chirurgie, radiotherapie en chemotherapie. Helaas werkt bij veel patiënten de radiotherapie en chemotherapie niet of maar tijdelijk. Nieuwe therapieën die tumorgroei vertragen en therapie-resistentie voorkomen zijn noodzakelijk om de levensverwachting van GBM patiënten te vergroten. Voor de ontwikkeling van nieuwe therapieën is het belangrijk beter inzicht te krijgen in de mechanismen die bijdragen aan therapie-resistentie. Tumorhypoxie (zuurstofgebrek) is een belangrijk kenmerk van GBM veroorzaakt door defecte bloedvaten in de tumor en veroorzaakt therapieresistentie. Immunotherapie -een veelbelovende nieuwe therapie waarbij het eigen afweersysteem wordt gestimuleerd- wordt ook door hypoxie geremd. HIF eiwitten worden in kanker cellen geactiveerd door hypoxie. Met dit onderzoek willen we de rol van Hypoxie Induceerbare Factor (HIF) eiwitten bij de overleving van zuurstofarme tumorcellen in GBM in kaart brengen. We proberen vast te stellen of door het verwijderen zuurstofarme tumor het behandelingsresultaat van radiotherapie gecombineerd met immunotherapie verbetert. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Europese Unie.

De doelstelling van deze aanvraag is:

1- het vaststellen van de rol van HIF eiwitten in de groei en therapierespons van GBM
2- aantonen of het remmen van HIF eiwitten een langere overleving geeft in combinatie met immuno- en radiotherapie.

1. Biologisch inzicht in de rol van HIF eiwitten in de ontstaanswijze en behandelings resistentie van      GBM  met radiotherapie en immuuntherapie
2. HIF eiwitten als therapeutisch middel voor verbetering van uitkomsten van immunoRadiotherapie in Glioblastoma
3. Tumorhypoxie is een algemeen kenmerk van de meeste kankers waardoor de bevindingen van algemeen belang kunnen zijn voor behandeling van andere kanker soorten.

In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.