Achtergrond:
Vandaag de dag zijn hart- en vaatziekten nog steeds doodsoorzaak nummer 1 wereldwijd. Door moderne levensgewoontes en een verouderende wereldpopulatie, zal het aantal patiënten met hart- en vaatziekten nog verder toenemen. Dit geldt voor zowel Westerse landen als ontwikkelingsgebieden.
Naast preventieve en medicamenteuze therapie, zijn er ook operatieve behandelingen beschikbaar, waarvan de dotterbehandeling het meest succesvol is gebleken. In de afgelopen decennia heeft de dotterbehandeling het overlijdensrisico op korte termijn van een hartinfarct teruggebracht naar minder dan 5%. Echter, in een groot deel van de patiënten welke voor een acuut hartinfarct
behandeld worden met een dotterbehandeling, zal een deel van het hart permanent beschadigd blijven. In deze patiënten zal —ondanks het tijdig heropenen van de kransslagader— de doorbloeding van de kleine haarvaatjes van het hart deels verloren gaan. Hierdoor wordt ter plaatse de aanvoer van
zuurstof ernstig beperkt. Dit wordt ook wel no-reflow genoemd en gaat gepaard met een verhoogde ziekte- en sterftelast. Ondanks uitgebreid onderzoek zijn de exacte oorzaken voor no-reflow nog
niet bekend. In het verleden zijn meerdere mechanismes als oorzaak voorgedragen, zoals vochtophoping (oedeem), verstopping met kleine bloedpropjes (microthrombi) en ophoping van ontstekingscellen (immuuncellen), maar solide bewijs hiervoor ontbreekt. Recent gepubliceerd onderzoek uit onze groep heeft echter aangetoond dat ter plaatste van no-reflow, er ernstige beschadiging is van de kleine bloedvaatjes en dat rode bloedcellen massaal buiten de bloedbaan zijn getreden en zich ophopen in de hartspier zelf. Deze vorm van bloeding wordt ook intramyocardiale hemorragie of IMH genoemd. Deze bevinding staat in contrast met de eerdere hypothese dat bloedpropjes verantwoordelijk zijn voor het no-reflow fenomeen en zet vraagtekens bij het gebruik van bloedverdunners rondom een dotterprocedure.

Doelstelling
Dit onderzoeksproject richt zich op IMH en heeft als hoofddoel de ontstaanswijze van IMH te doorgronden. Er wordt hierbij specifiek gekeken naar de rol van de cellen waaruit de haarvaatjes zijn opgebouwd, de endotheelcellen en naar de invloed van de huidige medicatie (in het bijzonder bloedverdunners) op het optreden van IMH.

Wij verwachten dat dit onderzoeksproject inzicht zal geven in de ontstaanswijze van intramyocardiale hemorragie (IMH) na een hartinfarct. Hierbij zal meer duidelijk worden over de invloed van de enkele veel voorschreven medicijnen op het optreden van IMH. Tevens zullen enkele mogelijke behandelopties, welke gericht zijn tegen vaatschade, worden getest.

Wetenschappelijk belang
Voordat er een adequate behandeling tegen IMH ontwikkeld kan worden, is het van groot belang dat eerst de basismechanismen wordt doorgrond, welke verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van IMH. Hiervoor is gedegen kennis nodig van de verschillende processen die spelen in het hart rondom een dotterbehandeling.

Maatschappelijk belang
Nederland telt 1 miljoen hart- en vaatpatiënten en jaarlijks krijgen er 30.000 mensen een hartinfarct in ons land. Dat zijn ongeveer 80 mensen per dag. Het merendeel van deze patiënten zal een dotterbehandeling ondergaan, en daarbij mogelijk IMH ontwikkelen. Indien IMH voorkomen of genezen kan worden, is dit van groot maatschappelijk belang.

In dit onderzoek wordt gewerkt met ratten.