Dit onderzoek heeft als doel om vast te stellen welke remmende immuuncontrole eiwitten betrokken zijn bij het ontstaan van slagaderverkalking. Vervolgens zullen we bestuderen of we door een therapie
te ontwikkelen die zich richt op deze remmende immuuncontrole eiwitten de groei en samenstelling van de plaques kunnen verbeteren.

Hart en vaatziekten zijn nog steeds een van de belangrijkste doodsoorzaken in de westerse wereld. De huidige therapie richt zich met name op verbetering van levensstijl en het verlagen van cholesterol. Helaas heeft dit maar een beperkt effect en zijn er nog veel mensen die aan een ernstige vorm van slagaderverkalking lijden. Mede door de vergrijzing van onze samenleving zal het aantal hart- en vaatziekten patiënten de komende jaren alleen maar stijgen. Er is daarom duidelijk behoefte aan betere behandel methodes. Naast de rol van vetten in het ontstaan van aderverkalking speelt ook het immuunsysteem hier een belangrijke rol in. De grote hoeveelheden vetten die
in een slagaderverkalking aanwezig zijn kunnen het immuunsysteem prikkelen waardoor deze uit balans raakt. Hierdoor ontstaat een chronische ontsteking aan de vaatwand. Het lichaam heeft verschillende controle systemen in het lichaam opgesteld om te voorkomen dat er een overmatige reactie van het immuunsysteem ontstaat. Een belangrijk systeem is die van de remmende
controlepunt eiwitten welke in staat zijn een toenemende ontstekingsreactie af te remmen of zelfs volledig te stoppen. We bestuderen 4 remmende controlepunteiwitten die elk op een ander proces van aderverkalking aangrijpen. Door in kaart te brengen hoe deze remmende controlepunt
eiwitten een rol spelen in experimentele slagaderverkalking krijgen we meer inzicht in het mechanisme van chronische slagaderverkalking. Bovendien zal deze kennis ons informatie verschaffen over de mogelijkheid deze remmende controlepunt eiwitten te gebruiken als nieuwe potentieel therapeutische doelwitten voor de behandeling van bestaande slagaderverkalking.
Binnen 5 jaar zal het zeker niet haalbaar zijn om een behandeling beschikbaar te hebben. Het is wel zo dat deze eiwitten ook als doeleiwitten gezien worden in andere ziektebeelden en therapieën die zich hier op richten wordt momenteel al getest in een klinische trial. Dit kan betekenen dat de vertaalslag naar therapeutische toepassing mogelijk wel snel gemaakt worden.

In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.