Alle donororganen gaan onvermijdelijk door een periode waarin ze geen zuurstof en voedingstoffen krijgen, de periode tussen de orgaandonatie en de transplantatie bij degene die het orgaan gaat krijgen. Tijdens deze periode worden de organen gekoeld, om zo de stofwisseling en de daarbij behorende
behoefte aan zuurstof en voedingsstoffen te verminderen. Hierdoor kunnen donororganen een tijd buiten het lichaam overleven, zonder teveel schade op te lopen. Wanneer organen al tijdens het donatieproces bijvoorbeeld zuurstoftekort oplopen, geeft dit een verhoogde kans op problemen na
transplantatie. Met een nieuwe techniek om organen te bewaren, worden donornieren doorspoeld met een vloeistof die rijk is aan zuurstof en voedingsstoffen op lichaamstemperatuur, ongeveer 37°C. Hierdoor krijgt het orgaan gedurende mogelijkheid om de functie te testen, voordat dit orgaan getransplanteerd wordt. Ook is het wellicht mogelijk om reeds doorgemaakte schade te herstellen. deze doorspoeling weer stofwisseling en zal het – in ieder geval tijdelijk – geen schade ondervinden van een gebrek aan zuurstof. Gedurende deze periode zal de nier weer stofwisseling en functie hebben en is er de mogelijkheid om de functie te testen, voordat dit orgaan getransplanteerd wordt. Ook is het wellicht mogelijk om reeds doorgemaakte schade te herstellen.
Met behulp van dit project verwachten we een antwoord op twee vragen: Is deze techniek het best toe te passen in het begin van de periode dat organen schade lijden, of juist net voordat een orgaan getransplanteerd wordt? Hoe kunnen we met deze bewaartechniek voorspellen of een donororgaan
gaat functioneren na transplantatie?
In dit onderzoek wordt gewerkt met varkens.