Wereldwijd neemt het aantal infecties dat veroorzaakt wordt door multiresistente bacteriën toe. Behandeling van deze patiënten met antibiotica is daardoor vaak niet meer goed mogelijk, met soms zelfs overlijden tot gevolg. Er moet daarom gezocht worden naar alternatieve behandelingen. Van oude antibiotica is vaak maar weinig bekend over de meest geschikte doses, toedieningsfrequenties en toedieningswijzen, en over de indicaties waarbij het middel gebruikt kan worden. Daarnaast is van een aantal niet-antibiotica ook werkzaamheid tegen bacteriële infecties beschreven, die vaak niet uitgebreid onderzocht is. Daarom onderzoeken we in dit project of oude antibiotica, niet- antibiotica en ook nieuwe antibiotica, en combinaties hiervan, werkzaam zijn in de behandeling van infecties door multiresistente en moeilijk behandelbare bacteriën. Hiermee komt informatie beschikbaar over het verloop van de concentraties van deze middelen in vivo en over hun effectiviteit. Met deze informatie kunnen de potentieel succesvolle (combinaties van) middelen in klinische studies worden onderzocht, waardoor geen onnodige klinische studies hoeven worden uitgevoerd. Om nieuwe behandelingen te ontwikkelen zijn modellen voor bacteriële infecties nodig. In vitro modellen worden gebruikt voor een eerste screening van middelen op mogelijke effectiviteit. Daarna worden, in dit project, de
potente (combinaties van) middelen onderzocht in veelgebruikte modellen in dieren. We bepalen de concentraties van de middelen in het lichaam van de dieren en het effect van de blootstelling aan deze middelen op het aantal bacteriën. De resultaten worden vervolgens vertaald naar optimale doseringen
van deze middelen bij de mens. Daarnaast worden binnen dit project computermodellen ontwikkeld om op basis van resultaten van in vitro studies en van in vivo studies de effecten van (combinaties van) doseringen van middelen steeds beter te kunnen voorspellen. Hierdoor kan het aantal dieren dat nodig is voor deze experimenten in de (nabije) toekomst mogelijk naar beneden worden bijgesteld.
Uit dit project zal blijken welke (combinaties van) middelen potentie hebben om in de patiënt werkzaam te zijn. Op basis van de resultaten kunnen de beste doseringsschema’s bepaald worden die later in studies in patiënten met infecties gebruikt kunnen worden. Daarnaast vergelijken we de resultaten uit twee verschillende modellen (weefsel- en longinfectie) met elkaar. Dit geeft inzicht in de indicaties waarbij de middelen in de patiënt gebruikt zouden kunnen worden.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen en ratten.