Een veelvoorkomende eigenschap van kanker is dat kankercellen vaak niet de juiste aantallen chromosomen hebben.Dit wordt veroorzaakt door een ongelijke verdeling van de chromosomen tijdens de celdeling: chromosomale instabiliteit (CIN).Ongeveer 70% van de menselijke tumoren bestaat uit dergelijke cellen, wat samenhangt met de mate van kwaadaardigheid, het aantal uitzaaiingen en de prognose na behandeling. Het is echter nog niet duidelijk in hoeverre dit verschijnsel bijdraagt aan tumorgroei, of hiervan juist een gevolg is. Aangezien CIN kenmerkend is voor moeilijk te behandelen tumoren, wordt het verschijnsel onderzocht als mogelijk doelwit voor behandeling. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat alhoewel lage CIN levels kunnen bijdragen aan tumorgroei, hoge CIN levels juist leiden tot celdood. We denken daarom dat verhoging van het CIN level in tumorcellen kan leiden tot remming van tumorgroei.Met andere woorden: Om de potentie en gevaren van een op CIN gebaseerde therapie te onderzoeken is het van belang dat we precies de effecten van verschillende gradaties van CIN op tumorgroei en -remming kunnen inschatten. Hierbij is ook van belang dat de effecten mogelijk sterk variëren tussen soorten weefsels en tussen mensen. Bovendien is waarschijnlijk ook de timing van een dergelijke behandeling van belang.
We verwachten dat we door dit onderzoek een veel duidelijker en completer beeld zullen krijgen van de effecten van verschillende gradaties van CIN in verschillende omstandigheden op kanker. Dit zal dus niet alleen bijdragen aan fundamentele kennis over tumorgroei, maar ook aan de zoektocht naar
kankertherapieën. De resultaten zijn van groot belang voor vervolgonderzoek waarbij veelbelovende kankerbehandelingen op basis van CIN getest zullen worden.
In dit onderzoek wordt gewerkt met muizen.