Griep (influenza) is een van de voornaamste infectieziekten in Nederland met grote gevolgen voor de volksgezondheid en de economie. Vaccinatie, de griepprik, is het voornaamste middel om verspreiding van de griep te voorkomen.

Omdat het griepvirus aan constante verandering onderhevig is, is elk jaar een nieuw vaccin nodig. Het vaccin past echter niet altijd bij de heersende virusstammen en bovendien beschermt het niet tegen nieuw opduikende stammen. Het zou daarom erg wenselijk zijn om over een ‘universeeel’ griepvaccin te kunnen beschikken; een vaccin dus, dat niet alleen bescherming opwekt tegen de virusstammen die aanwezig zijn in het vaccin, maar tegen een breed spectrum van verschillende griepvirussen.

Onderzoek naar een dusdanig vaccin heeft geleid - en leidt nog steeds - tot een reeks van verschillende kandidaat-vaccins. Maar welk van de kandidaatvaccins werkt het beste? En waarom? Hoe zou dus een optimaal universeel vaccin eruit moeten zien en welke afweerreacties zou het moeten opwekken?

Om deze vragen te beantwoorden werken wij samen met tien partners in het door de EU gefinancierde consortium ‘UNISEC’. Dit consortium biedt unieke mogelijkheden omdat de partners hun kandidaat-vaccins ter beschikking stellen voor vergelijkend onderzoek.

Het doel van dit project is te achterhalen welk van de UNISEC-vaccins de beste bescherming tegen infectie biedt, welke immuunreacties essentieel zijn voor de bescherming en hoe deze responsen opgewekt kunnen worden.

De kennis die we in het kader van dit project opdoen, zal helpen bij het begrijpen welke immuunreacties een universeel griepvaccin dient op te wekken, hoe dit bewerkstelligd kan worden en welk van de beschikbare kandidaat-vaccins het meest effectief is en daarom als basis voor een toekomstig universeel griepvaccin kan dienen.

In dit project wordt gewerkt met muizen en katoenratten.