Dit project betreft onderzoek naar verschillende methoden om met hulppompen
of pacemakers de pompfunctie van het falende hart te verbeteren. Deze methoden zijn qua functie verwant aan elkaar omdat zij de vulling van het hart, de uitstroom weerstand of beide beinvloeden.

Specifieke methoden die onderzocht worden zijn: intra-aorta ballonpompen
(IABP), extra-aorta ballonpompen (EABP), “extra corporeal life support” (ECLS,
een soort hart-long machine) en pacemakers. Dit project gaat een aantal nieuwe mogelijkheden onderzoeken:

  • De meerwaarde van gecombineerd gebruik van IABP en ECLS boven gebruik van ieder apart
  • De meerwaarde van twee aangepaste canules voor de werking ECLS
  • EABP, een nieuwe methode, waarvan wij het exacte werking mechanisme en optimale instelling en ontwerp gaan onderzoeken
  • Gebruik van pacemakers om boezems en kamers meer gesynchroniseerd te prikkelen en daardoor terugstroom van bloed van kamers naar boezems te voorkomen.

Naast beter mechanistische inzichten kunnen gegevens uit deze preklinische
studies gebruikt worden om klinische studies te ontwerpen, die een aanzet
kunnen zijn tot gebruik van een of meer van deze therapieën in patiënten. Er
zijn 200.000 patiënten met hartfalen in Nederland, waarvan er per jaar 30.000
in het ziekenhuis worden opgenomen en ongeveer 7000 overlijden. Betere
pompfunctie betekent een betere kwaliteit van leven, minder opnames in het
ziekenhuis en betere overleving.

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van varkens.