COPD is een chronische longziekte die in de Westerse wereld meestal door roken wordt veroorzaakt. Patiënten met COPD hebben last van kortademigheid, hoesten en een beperkte inspanningscapaciteit. Dit wordt veroorzaakt door een ontsteking in de longen, die gepaard gaat met onomkeerbare structurele veranderingen (remodeling) in met name de kleine luchtwegen en schade aan de longblaasjes (emfyseem). Er is momenteel
geen goede therapie voor het voorkomen en behandelen van COPD beschikbaar. De huidige therapie is voornamelijk gericht op het verlichten van de symptomen.

Medicijnen die vernauwing van de luchtwegen bestrijden (bronchusverwijders) vormen de hoeksteen van de huidige behandeling van COPD. De twee meest gebruikte bronchusverwijders zijn β2-adrenergeagonisten en muscarine receptorantagonisten (anticholinergica). Voor de behandeling van COPD zijn momenteel diverse combinaties van langwerkende β2-agonisten en anticholinergica op de markt, die een betere bronchusverwijding geven dan hun afzonderlijke componenten. In farmacologische studies hebben wij eerste aanwijzingen gevonden die kunnen leiden tot een verklaring van dit elkaar versterkend effect.

Het bronchusverwijdend effect van langwerkende β2-agonisten, anticholinergica en hun combinatie in grote en kleine luchtwegen is tot dusverre onbekend. Dit is, gezien de prominente rol van de kleine luchtwegen bij COPD, echter van groot belang voor het verbeteren van luchtwegverwijdende therapie bij deze ziekte.

Daarnaast is onbekend in hoeverre de combinatie van deze middelen een gunstig effect heeft op de onderliggende oorzaken van COPD, zoals ontsteking, remodeling en emfyseem. Hetzelfde geldt rechterventrikelhypertrofie (RVH, toename van de spiermassa in de rechter hartkamer), een ziekte die vaak samengaat met COPD.

Met dit project stellen wij ons ten doel de bronchusverwijdende effecten van combinatietherapie met β2-agonisten en anticholinergica in grote en kleine luchtwegen te bestuderen. Daarnaast willen we onderzoeken of deze combinatietherapie ook tot effectieve remming van de ontsteking, remodeling, emfyseem en RVH bij COPD kan leiden. Ten slotte willen we de rol van enkele onderliggende moleculaire mechanismen bij bovenstaande processen nader bestuderen.

Dit project zal belangrijke inzichten opleveren in de effectiviteit van langwerkende β2-agonisten, anticholinergica en hun combinatie ter bestrijding van (kleine)luchtwegobstructie, ontsteking, remodeling, emfyseem en RVH bij COPD, alsmede in onderliggende moleculaire mechanismen hiervan. Dit zal mogelijk leiden tot verbetering van de therapie bij deze ziekte.

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van cavia's en muizen.