Alle cellen in het lichaam beschikken over karakteristieke elektrische eigenschappen. Deze eigenschappen kunnen veranderen wanneer ziekteprocessen optreden. Vooral in het centraal zenuwstelsel is de elektrische communicatie tussen cellen van zeer groot belang voor het optimaal functioneren van tal van fysiologische processen. De communicatie is te meten met behulp van elektrofysiologie. Bij deze techniek wordt in weefsel of cellen een kleine (< dan 1 micrometer in diameter) glazen electrode ingebracht, waarmee specifieke elektrische signalen kunnen worden gemeten van individuele eiwitten, maar ook tussen verschillende cellen.
Dit project heeft twee doelstellingen:
- Het bestuderen van mogelijke afwijkingen van de elektrische eigenschappen en connectiviteit van cellen die afkomstig zijn uit een diermodel van een bepaald ziektebeeld. Deze verschillen leveren
belangrijke informatie op over het verloop en de oorzaak van de
betreffende ziekte. - Het testen van stoffen die de gevolgen van de ziekte op de
electrische eigenschappen verminderen of wegnemen. Indien
succesvol, zijn deze stoffen veelbelovende kandidaten voor verdere
ontwikkeling in de kliniek.
Het project levert kennis op over pathologische mechanismen die ten grondslag liggen aan progressieve en uiteindelijk dodelijke aandoeningen van het centrale zenuwstelsel zoals de ziektes van Alzheimer, Parkinson en Huntington. Met dezelfde techniek kunnen ook niet-neuronale ziekten zoals cystische fibrose worden onderzocht. De techniek maakt het bovendien mogelijk om stoffen te testen die de gevonden afwijkingen kunnen verminderen en derhalve kandidaat zijn als geneesmiddel om de ziekte of ziekte verschijnselen te bestrijden.
Voor dit onderzoek worden ratten en muizen gebruikt.