Hoofddoel van het project is het beschermen van katten tegen infecties met feline coronavirussen. We zullen twee soorten dierproeven uitvoeren: immunisatieproeven en vaccinatie-gevolgd-door-infectie proeven. Doel van de immunisatieproeven is om te bepalen of vaccinkandidaten voldoende afweerstoffen kunnen opwekken. Deze worden uitgevoerd in muis en konijn.
Vervolgens wordt in het doeldier kat nagegaan of deze vaccinkandidaten ook de kat kunnen beschermen tegen een infectie met coronavirussen. Bij de immunisatieproeven varieert het verwachte ongerief van licht tot matig, afhankelijk van de te testen vaccins en toedieningsroutes.
Bij de vaccinatie-gevolgd door-infectie proeven kan het ongerief matig tot ernstig zijn ten gevolge van de infectie. Dit zal naar verwachting alleen het geval zijn bij de niet-beschermde dieren.
Feline coronavirussen veroorzaken bij de kat verschillende ziektebeelden. Het feline enterale coronavirus veroorzaakt een milde vorm van diarree. Het feline infectieuze peritonitis virus daarentegen een ersntige meestal fatale ziekte waarbij ontstekingshaarden optreden in verschillende organen.
De meest effectieve manier van bestrijding van virusinfecties is voorkoming. Vaccinatie is historisch de meest succesvolle medische behandeling. Echter voor de dodelijke ziekte FIP is er tot nu toe geen effectief vaccin ontwikkeld. Eeen nieuwe aanpak voor de ontwikkeling van een vaccin is nodig om tot een effectief vaccin te komen. Het testen van dergelijke vaccins in een model-gastheer en de uiteindelijke gastheer, de kat, is de doelstelling van dit project.
De beoogde opbrengsten van het project zijn op de eerste plaats nieuwe verbeterde vaccins en vaccinatiemethoden voor de bescherming van de kat. Daarnaast zijn nieuwe kennis en inzichten in de werkzaamheid van vaccins en hoe het afweersysteem precies werkt in het opbouwen van beschermende immuniteit tegen virusinfecties belangrijke doelstellingen omdat met die kennis en inzichten, toekomstige vaccins doelmatiger kunnen worden ontwikkeld en getest, waardoor er ook minder dieren voor nodig zullen zijn.
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van muizen, konijnen en katten.