Kuikens worden al sinds Aristoteles kunstmatig uitgebroed. Tegenwoordig wordt dit gedaan in grote broedmachines, waarin bijvoorbeeld temperatuur, luchtsamenstelling en licht geregeld kunnen worden. Als deze factoren niet goed zijn, heeft dit invloed op de ontwikkeling van het embryo in het ei en ook op het latere leven van het kuiken. Doel van dit onderzoek is om na te gaan hoe temperatuur, koolstofdioxidegehalte in de lucht en licht tijdens het broeden van invloed zijn op de ontwikkeling van het kuiken.
Gekeken wordt naar de ontwikkeling van het embryo op verschillende tijdstippen tijdens het broeden en ook in het latere leven. Wij verwachten dat wanneer deze factoren niet optimaal zijn, het kuiken zicht minder goed ontwikkelt en meer gezondheidsproblemen en verminderd welzijn heeft in het latere leven.
Met de resultaten van dit onderzoek hopen we meer kennis te krijgen hoe de instelling van genoemde factoren tijdens het broeden van invloed zijn op de kwaliteit van het kuiken bij geboorte. Als we dit weten kunnen er adviezen gegeven worden aan de broederijen, waar de kuikens uitgebroed worden, zodat zij de broedomstandigheden kunnen aanpassen, waardoor er meer en gezondere kuikens geboren worden. De verwachting is dat deze kuikens in het latere leven gezonder zijn en een beter welzijn hebben.
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van vleeskuikens.