Bij de behandeling van beenmergkanker, zoals o.a. acute leukemie en multipel
myeloom blijkt het percentage genezen patiënten nauwelijks toe te nemen en dit
schommelt reeds vele jaren rond 50% bij leukemie en rond 10% bij multipel
myeloom. Hoewel patiënten in eerste instantie goed reageren op therapie, blijkt
er vaak een klein restant aan tumorcellen te zijn dat de behandeling overleeft
en dan weer teruggroeit. Deze tumorcellen zijn dan veelal ongevoelig (resistent)
geworden voor therapie. Hierbij spelen twee met elkaar samenhangend oorzaken een
belangrijke rol. Ten eerste kan de resistentie zijn oorzaak vinden in de
veranderingen in de genetische eigenschappen van de tumorcellen. Daarnaast is
recent overtuigend aangetoond dat therapieresistentie mede beïnvloed wordt door
de steunweefsels rondom de tumorcellen (het “tumorbed”, ook wel de tumor
“micro-omgeving” genoemd). Dit blijkt voor zowel chemotherapie als voor
immunotherapie het geval te zijn. Dit maakt het noodzakelijk om bij het
ontwikkelen van nieuwe therapieën de tumorcellen altijd te testen in
aanwezigheid van de “natuurlijke” tumoromgeving.
Als de resistentie zijn oorzaak vindt in een genetisch veranderde tumorcel dan waren deze veranderingen mogelijk al vanaf het begin aanwezig; misschien slechts in een klein aantal tumorcellen en die dan door de therapie worden uitgeselecteerd en uitgroeien en de ziekte keert terug. Maar ze kunnen ook zijn ontstaan tijdens en misschien wel, dóór de therapie. Een belangrijke doelstelling in dit project is om uit te zoeken welke genetische veranderingen er in de tumoren aanwezig zijn, of zijn ontstaan en die de oorzaak zijn van het falen van de therapie. Nieuwe therapie kan dan speciaal dáár op worden gericht.
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van muizen.