Omdat dieren (en mensen) in een deels onvoorspelbare omgeving leven, is het belangrijk dat ze kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid. In dit project onderzoeken we hoe vogels omgaan met door toeval bepaalde variatie in de energetische kosten die ze maken per hoeveelheid verzameld voedsel. Om precies te zijn: we testen of vogels hun foerageeractiviteit kunnen concentreren in de betere periodes in een omgeving waarin de omgeving (onvoorspelbaar) afwisselend beter of slechter is in de zin van de kosten die een dier moet maken per hoeveelheid verzameld voedsel. Anders gezegd: hebben vogels het vermogen om vooral voedsel te verzamelen tijdens perioden dat dit relatief weinig moeite kost?

Het wetenschappelijk belang is ten eerste dat de resultaten informatie geven over de cognitieve vermogens van dieren. Ten tweede zou een bewijs dat dieren een omgeving kunnen exploiteren die onvoorspelbaar fluctureert, ons beeld veranderen van de relatie tussen de beschikbaarheid van voedsel en de foeragerende dieren onder natuurlijke omstandigheden. Als dieren een fluctuerende omgeving kunnen exploiteren door vooral in de betere periodes te foerageren, betekent dit dat een voedselsituatie niet alleen door de gemiddelde voedselbeschikbaarheid wordt gekarakteriseerd, maar ook door de spreiding. Met andere woorden: door te profiteren van gunstige omstandigheden zijn dieren in staat om meer voedsel te verzamelen dan gemiddeld wordt aangeboden.

Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van zebravinken.