De wereldbevolking groeit en mensen eten meer dierlijke producten zoals melk, vlees en eieren, als het inkomen stijgt. Om aan deze vraag naar dierlijk eiwit in de toekomst te voldoen, zonder het milieu onnodig te belasten of het dierwelzijn te verstoren, is kennis van wat het dier aan voedingsstoffen nodig heeft essentieel. Dit project heeft tot doel de opname van boterzuur vanuit maagdarmkanaal bij pluimvee te bepalen en te verbeteren en ook de fysiologische processen die hierbij een rol spelen beter te begrijpen.
Boterzuur is een stof die helpt bij het gezond houden van de darm en deze stof wordt door bacteriën in het dier zelf in beperkte mate geproduceerd. Om de maagdarmprocessen te helpen wordt in de diervoeding ook boterzuur via het voer toegediend. Er is weinig bekend over de effecten van boterzuur, indien deze stof vrijkomt in verschillende delen van het maagdarmkanaal. Wij verwachten dat het effect van boterzuur verschillend is, in afhankelijkheid van de plaats waar het vrijkomt.
Het vrijkomen van het boterzuurmolecuul kan vertraagd worden door het molecuul van een beschermlaagje te voorzien (‘coaten’). Uit de literatuur is bekend dat de plaats waar boterzuur in het maagdarmkanaal vrijkomt, mede bepalend is voor de effecten op darmgezondheid en vertering van voedingsstoffen. Verschillende coatings worden in dit onderzoek gebruikt om die werkingsmechanismen beter te kunnen begrijpen.
We verwachten dat door een juiste inzet van boterzuur (het vrijkomen op een specifieke plaats in het maagdarmkanaal) de verteerbaarheid van eiwit zal toenemen. Er is dan minder hoogwaardig (voor humane consumptie) eiwit (bijv. soja) nodig in kippenvoer. Tegelijkertijd verwachten we een verbeterde darmgezondheid. Daarmee kan een bijdrage geleverd worden aan het terugdringen van het antibioticagebruik in de pluimveehouderij.
Voor dit onderzoek worden vleeskuikens gebruikt.