Het doel van deze studie is het opzetten van een cavia diermodel voor het testen van nieuwe vaccinatie mogelijkheden voor jonge kinderen tegen RSV.

Het respiratoir syncytieel virus (RSV) infecteert iedereen meerdere malen in zijn of haar leven en veroorzaakt doorgaans verkoudheidsachtige verschijnselen. In bepaalde patiëntgroepen (te vroeg geboren kinderen, patienten met onderliggende hart- en of longaandoeningen, patienten met een verzwakt afweersysteem, ouderen) kan de infectie doorslaan naar de longen en zo een ernstig ziektebeeld veroorzaken dat gepaard kan gaan met ziekenhuisopnames en zelfs sterfte (ongeveer 160000 sterftegevallen per jaar volgens de WHO). Bijna alle sterfgevallen zijn kinderen jonger dan 5 jaar en vinden voornamelijk plaats in ontwikkelingslanden.

Inzicht in de werkzaamheid van nieuwe vaccins en vaccinconcepten (zoals b.v. vaccinatie van zwangere moeders of van pasgeboren kinderen) draagt bij aan vermindering van ziekte- en sterftegevallen die het gevolg zijn van infecties met RSV.

Het onderzoek richt zich op de bijdrage van de afweer die de moeder tijdens de zwangerschap overdraagt aan haar baby. Als we een moeder goed kunnen vaccineren, zou ze die afweer voor de geboorte kunnen overdragen aan haar baby en zo bijvoorbeeld infectie met RSV bij hele jonge baby’s kunnen voorkomen. Echter, deze zogenaamde maternale bescherming is niet blijvend en jonge kinderen moeten dus gevaccineerd worden om bij afnemende maternale bescherming beschermd te blijven tegen infectie. Het feit is dat deze jonge kinderen lastig te vaccineren zijn door de aanwezigheid van deze maternale bescherming. Dit project heeft als doel het ontwikkelen van een relevant dier model waarin de invloed bestudeerd kan worden van maternale bescherming bij vaccinatie van jonge kinderen tegen RSV.

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van cavia's.