Dit project betreft onderzoek naar de potentie van nieuwe vaccins om antistoffen op te wekken tegen het respiratoir syncytieel virus (RSV) in jong volwassen cavia’s.
Het Respiratoir Syncytieel Virus infecteert iedere mens meerdere malen in zijn of haar leven en veroorzaakt doorgaans verkoudheidsachtige verschijnselen. In bepaalde patiëntgroepen (te vroeg geboren kinderen, patiënten met onderliggende hart- en of longaandoeningen, patiënten met een verzwakt afweersysteem, ouderen) kan de infectie doorslaan naar de lagere luchtwegen en aldus een ernstig ziektebeeld veroorzaken dat gepaard kan gaan met ziekenhuisopnames en zelfs sterfte (globaal 64 miljoen gevallen en 160000 sterftegevallen per jaar volgens de WHO).
Inzicht in de werkzaamheid van nieuwe vaccins en vaccinconcepten (bescherming van kinderen door het vaccineren van moeders) draagt bij aan vermindering van ziekte- en sterfgevallen die het gevolg zijn van virale infecties met RSV.
Het onderzoek richt zich op de bijdragen van antistoffen die de moeder tijdens de zwangerschap overdraagt aan haar baby. Als we een moeder goed zouden kunnen vaccineren, zou ze die antistoffen via de placenta kunnen overdragen aan haar baby en zo infectie met RSV bij hele jonge baby’s kunnen voorkomen.
Omdat we dergelijk onderzoek niet direct in moeders kunnen uitvoeren, hebben we een goed diermodel nodig. De cavia is als proefdier vatbaar voor infecties met RSV virussen en de overdracht van antistoffen via de placenta lijkt op die bij de mens, waardoor ze dus een geschikt proefdiermodel is om het huidige onderzoek mee te doen. Dit project gaat over hoe we het juiste protocol kunnen opstellen om cavia’s zo te vaccineren met RSV-eiwit of een adenoviraal vaccin dat ze antistoffen gaan maken die de placenta kunnen passeren.