Sommige mensen moeten leven met het gevoel dat zij geen controle hebben over hun gedrag, dat ze constant iets “moeten” doen. Dit dwangmatige, oftewel compulsieve, gedrag kenmerkt de zogenaamde obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Hetzelfde mechanisme speelt een centrale rol in verslavingsgedrag en bij andere psychiatrische ziektebeelden.

In dit project proberen we een antwoord te vinden op de vragen: hoe ontstaat compulsief gedrag? Uit welke gedragscomponenten is het opgebouwd? Welke hersencircuits zijn daarbij verstoord? Hoe kunnen we die verstoring tegenhouden?

We gebruiken diermodellen voor het onderzoek naar verschillende aspecten van compulsief gedrag, waarbij veranderingen in de activiteit in hersencircuits worden gemeten. Vervolgens kunnen we zeer selectief bepaalde circuits stimuleren of remmen met de bedoeling het compulsief gedrag te verminderen.

Recent is ontdekt dat diepe hersenstimulatie met elektrische prikkels leidt tot een vermindering van het compulsief gedrag bij veel OCS-patiënten die niet reageren op gedragstherapie of geneesmiddelen. Mede omdat de mogelijkheden voor invasief onderzoek bij mensen beperkt zijn, is er nog veel onduidelijkheid over hoe diepe hersenstimulatie werkt en welke hersengebieden gestimuleerd moeten worden in patiënten met compulsief gedrag. Ons onderzoek zal bijdragen aan het beantwoorden van deze vragen.      

Het onderzoek wordt uitgevoerd met ratten en muizen.