Het verlies of de beschadiging van zenuwcellen wordt door het lichaam niet of maar deels hersteld. Doel is de moleculen te identificeren die een sleutelrol spelen bij verlies en herstel van zenuwweefsel. Met deze kennis kunnen nieuwe manieren van behandeling van zenuwschade worden getest op bruikbaarheid voor mensen. Het onderzoek richt zich voornamelijk op de ontwikkeling van gentherapieën.
Gentherapie is het inbrengen van een gen waarvan bekend is dat het een beschermende of herstelbevorderende werking heeft. Hiervoor wordt een (onschadelijk gemaakt) virus als drager gebruikt. Het uiteindelijke bewijs dat deze genen de basis kunnen vormen voor het herstel van zenuwschade wordt geleverd door dierproeven.
Uiteindelijk moet de te ontwikkelen behandeling ervoor zorgen dat beschadigde zenuwcellen beter overleven en/of dat de beschadigde zenuwvezels weer aangroeien en de juiste verbindingen maken om een herstel van functie te realiseren.
Het onderzoek draagt bij aan het krijgen van inzicht in de oorzaken van het afsterven van zenuwcellen en van het ontbreken van zenuwweefselregeneratie. Ook geeft het inzicht in de bruikbaarheid van die kennis voor het herstel van beschadigde zenuwuitlopers. Uiteindelijk moet deze kennis leiden tot nieuwe behandelmethoden voor patiënten met zenuwschade.