Deze handreiking geeft de kaders weer die bepalen of sprake is van een dierproef. Dat wil zeggen: of sprake is van een vergunningplichtige en daarmee registratieplichtige handeling.

De kaders zijn gebaseerd op de nationale Wet op de dierproeven (Wod) en de Europese Richtlijn 2010/63/EU. In 2014 is Richtlijn 2010/63/EU in Nederland geïmplementeerd, wat heeft geleid tot de herziening van de Wod. Naar aanleiding van deze herziening is de eerste versie van deze handreiking gepubliceerd. Destijds is hiervoor een werkgroep ingesteld met een brede vertegenwoordiging uit het proefdierkundig werkveld. In 2025 was de herziene Wet op de dierproeven tien jaar van kracht. De CCD heeft dit aangegrepen als een goed moment voor de evaluatie en herziening van de in 2015 gepubliceerde handreiking.

In deze handreiking zijn stapsgewijs de beslismomenten weergegeven die uiteindelijk bepalen of een handeling aan een dier als een dierproef wordt aangemerkt. Ook geeft het document een beslisboom (Bijlage 1) en een uitgebreide tabel (Bijlage 2) met voorbeelden ter ondersteuning.