Een kerntaak van de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) is te beoordelen of projectvergunnings aanvragen voor dierproeven voldoen aan de van toepassing zijnde wet en regelgeving. Onderdeel van deze beoordeling is het uitvoeren van een ethische toets, waarbij schade en baten worden afgewogen.

Bij de ethische toets wordt afgewogen of het doel van het project en de haalbaarheid van het project het ongerief dat dieren wordt aangedaan rechtvaardigt. Bij deze afweging worden alle mogelijke belangen meegenomen, zoals het belang van het proefdier, het doeldier, patiënten, de wetenschap, de maatschappij, economische belangen en het milieu.

Sinds de oprichting van de CCD worden meerdere onderzoeksvoorstellen ten behoeve van de (intensieve) veehouderij ingediend. De Dierexperimentencommissie (DEC) en/of de CCD constateerden al snel bij dit type aanvragen terugkerende dilemma’s. Het gaat hierbij specifiek om onderzoeken die gericht zijn op het ondervangen van negatieve bijeffecten van de veehouderij, maar die niet of nauwelijks bijdragen aan het wegnemen van de onderliggende oorzaken. Ook bij onderzoeken die gericht zijn op verdere optimalisatie en efficiëntieverbetering van de huidige productiesystemen voelen de CCD en DEC’s zich voor een dilemma geplaatst. Dit geldt in het bijzonder voor onderzoek waar het productievermogen van het dier zijn natuurlijke grenzen heeft bereikt of deze overschreden dreigen te worden. Beide dilemma’s hangen samen met de wens naar verduurzaming van de veehouderij, waarvoor in de maatschappij in toenemende mate aandacht is.

De CCD heeft bovengenoemde dilemma’s op 18 december 2015 bij de toenmalig Staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken aanhangig gemaakt. De Staatssecretaris heeft de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) naar aanleiding hiervan op 8 juni 2017 gevraagd een zienswijze op te stellen die de DEC’s en de CCD helpt bij het maken van een ethische afweging bij de beoordeling van projectvergunningsaanvragen die betrekking hebben op de veehouderij.